Uitzicht – uit zicht, tussen fascinatie en frustratie
15 maart 2018 7.20 uur
De ochtendzon is al zo fel dat ik het water van het IJ niet langer dan twee seconden kan aanschouwen zonder met mijn ogen te knipperen.
Aan de overkant landt het licht in de rechter van de twee torens naast het Paleis, de hoogste, de Westertoren – precies in de gouden cirkel van haar wijzerplaat.
Het geeft zowel gemoedsrust als een groot plezier om het epicentrum van de stad in het vizier te hebben.
Het uitzicht in 2021, vastgelegd door Viktor Truijen
Vanaf het moment dat ik bijna dagelijks gewekt werd door het geluid van heipalen heb ik besloten op voorhand te gaan houden van de Sluisbuurt die in mijn uitzicht zou verrijzen.
Of me in ieder geval te interesseren voor mijn ‘overbuurt’, dan volgt de liefde vaak vanzelf…
Nu zijn we ruim zeven jaar verder en had ik zitting in het panel bij de presentatie van het boek van Mirjana Milanovic over de stand van zaken van de Sluisbuurt, Sluisbuurt, het plan, het debat de bouw, die plaatsvond het hart ervan bij Inholland, georganiseerd door Arcam en geleid door Indira van ’t Klooster.
Als bewoner van Zeeburgereiland, en van de Akropolistoren in het bijzonder, zitten wij op de eerste rang qua uitzicht op de totstandkoming van deze nieuwe wijk, zeker vanuit onze gemeenschappelijke torenkamer op de veertiende verdieping, waar dat uitzicht nog intact is.
Op de lagere verdiepingen hebben we dat unieke vergezicht moeten doorgeven, daar is de Westertoren inmiddels uit zicht. Maar in een stad in ontwikkeling is uitzicht als het stokje in een estafette; je raakt het steeds kwijt c.q. moet het steeds doorgegeven – aan degene die voor je komt te wonen. ‘Welcome in my backyard’, zou ik willen zeggen, zeker met de huidige urgentie van de woningbouwopgave.
De contouren van de stad liggen inmiddels hier, dit wordt het nieuwe silhouet van Amsterdam. De typologie van hoogbouw luidt niet alleen de toekomst in maar resoneert ook met de torentooi van Hendrik de Keijser uit de eerste helft van de 17de eeuw. De profilering van een stad met het panorama van haar torens, heeft hier een geschiedenis zoals blijkt uit de cartouche op de stadsplattegrond van Balthazar Florisz. van Berckenrode uit 1625.
Tegen de voorgenomen hoogbouw in de Sluisbuurt was veel verzet.
Onder meer vanwege een mogelijk uitzicht erop vanuit de grachtengordel, die deel uitmaakt van de Unesco werelderfgoedlijst. Het is goed om daar rekening mee te houden maar een stad kan niet onder een stolp tot stilstand komen. Een stad leeft en wij moeten een beetje meebewegen.
Ik denk bovendien dat verdichting middels hoogbouw als bijkomend voordeel heeft dat daarmee ook meer en mogelijke interessantere openbare ruimte overblijft op maaiveld niveau waar wij, als overburen, ook van profiteren, mede door de zichtlijnen. En hopelijk zullen er ook, zoals in de kaarten van Romeinse Giambattista Nolli, aanzienlijke openbare binnenruimten zijn, waar we ons uitzicht af en toe kunnen hervinden.
De stapsgewijze ontwikkeling van de buurt per kavel vind ik vooralsnog goed werken. Ook omdat de gebouwen op deze manier geen compromissen hoeven te worden omdat ze allemaal aan alle aspecten van het pakket van eisen zouden moeten voldoen. Die kunnen nu per kavel worden verdeeld. Zo krijg je een staalkaart van zeer uitgesproken invalshoeken. Omdat het programma van eisen kan worden verdeeld over meerdere gebouwen kun je experimentelere programma’s bewerkstelligen en zou de Sluisbuurt een laboratorium kunnen worden voor het wonen in de toekomst, op het gebied van ecologie bijvoorbeeld. Verticale tuinen en tuinen op hoogte. Of gebouwen die de mobiliteit centraal stellen en waar je doorheen kunt fietsen.
Tot slot stemt de architectonische kwaliteit mij ook zeer tevreden met de hier opererende architectenbureaus als Venhoeven, Barcode, Paul de Ruiter, Cepezed – om er maar een paar te noemen.
The blue of longing – the colour of there seen from here (Rebecca Solnit)
Uitzicht fascineert me al heel lang en de betekenis ervan heb ik ook aan den lijve ondervonden.
Van groot wonen in een straat naar klein wonen met uitzicht op de duinen in Santpoort en nu in Amsterdamse hoogbouw met uitzicht op het Buiten IJ.
Dat was niet alleen verlies maar zeker ook winst: (A) room with a view & new horizons.
Onlangs waren we in Oslo en genoten we niet alleen van de schilderijen en tekeningen maar ook van het uitzicht in het Munch Museet. Terwijl we van plek tot plek gingen bracht het uitzicht vanaf de hoogbouw en middels het reliëf van de bergen (bijvoorbeeld vanuit het Ekebergparken) en de toppen van het Operahuset al die plekken steeds vanuit een ander perspectief met elkaar in verbinding.
In Lissabon bewogen we ons van Miradouro naar Miradouro, verblijfplekken met de mooiste uitzichten op de stad en het landschap rondom.
Ik schreef eerder over de selfistick, die de toeirist in overeenstemming brengt met het uitzichtspunt waarvoor die op reis ging (maar zelf niet rechtstreeks bekijkt).
Rond de eeuwwisseling maakte ik in samenwerking met Debbie Saul een stadswandeling in ansichtkaarten, voorzien van een verrekijkertje, De mooiste Bavo. Een aaneenrijging van uitzichten van veraf tot dichtbij, op hetzelfde gebouw. Een een liftgedicht in Spaarnoog om het herstelde uitzicht van de bewoners die tijdelijk waren ‘uit-verhuisd’, te vieren.
Uitzicht impliceert afstand en verte, een verlangen dat binnen je bereik ligt.
Voor de tijd rond de jaarwisseling heb ik nog een aantal aanbevelingen:
Nouvelle Vague is echt een film voor in de bioscoop maar is nu ook te streamen op Netflix. Regie: Richard Linklater, die met terugwerkende kracht een ‘making of’ heeft gemaakt van de klassieker Au bout du Souffle van Jean-Luc Godard naar een scenario van François Truffaut, met look alikes van Jean Seberg en Jean-Paul Belmondo. Au bout du Souffle kun je daarna met andere ogen bekijken.
Expositie
Luuk Wilmering is de winnaar van de Vishal-Zumbrinkprijs en hij heeft op dit moment een solo in de Vishal. Van vergezichten tot microscopische beelden, van bergen tot lichen, verknoopt Wilmering het persoonlijke met het universele. De expositie opent nieuwe horizonten. Met humor worden we meegenomen in een wereld waarin we ons helemaal kunnen verliezen. En waar we en passant geïnspireerd worden tot verzet, dat niet begint met grote woorden maar met kleine daden.
Bij wijze van zaalbrief heeft Luuk een sprookje geschreven en een gedicht, vrij naar Remco Camperts ‘Iemand stelt de vraag’. Een paar fragmenten om de toon te zetten:
Het was een geweldig feest talloze dieren stierven uit vele werden door ons opgegeten andere gingen dood van dorst of door inkrimping van leefgebied
O maar er werd gezongen gedanst en gedronken! en alles werd uitgeprobeerd We zijn met auto’s, boten en vliegtuigen overal heen geweest we hebben alle landen bezocht we hebben alles gegeten wat we tegenkwamen … Tot de groenten ons niet meer smaakten het water niet langer fris rook
Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden
Iemand houdt op met dansen iemand weigert vlees te eten iemand koopt lokaal en biologisch iemand protesteert tegen het gebruik van fossiele brandstof
iemand bestelt geen goedkope vliegtickets meer iemand let erop waar kleding is gemaakt iemand zoekt eerst tweedehands iemand legt een rijke bloementuin aan … Iemand zoekt alternatieven en dan nog iemand en nog iemand
De finissage vindt plaats op 11 januari 2026 om 15.00 uur met een tweegesprek tussen de kunstenaar en juryvoorzitter Lucette ter Borg en het bespelen van The Mountain Theater met het topje van de Mont Blanc als protagonist. (Teylers Museum eat your heart out!).
Tot dan!
Ik wens iedereen fijne vooruitzichten voor 2026!
Geplaatst inUncategorized|Reacties uitgeschakeld voor ZINE #8
Met de herfst heb ik een ambivalente verhouding. Ik onderken de frisheid en de schoonheid (al die kleuren) van het seizoen maar voor mij is het ook een beetje ‘back to my window’ en wachten op de lente (daarin resoneert zowel een nummer van de band Venice als Beckett’s Godot). Hoewel het terugtrekken in het letterlijke en figuurlijke interieur ook fijn is met meer ruimte voor lezen, mijmeren en schrijven. Je binnenwereld vormgeven (en een vuurtje stoken).
Tentoonstellingen
In de nazomer heb ik twee tentoonstellingen samengesteld in de Vishal: Vice Versa III in de Grote of St. Bavokerk in Haarlem met werk van Florence Marceau-Lafleur, Frank Havermans, Lola Bezemer en Madelief van de Beek. De hyperlink naar de tentoonstellingspagina voert ook naar de trailer van de tentoonstelling.
Elke woensdagmiddag was ik daar de afgelopen tijd te vinden, voor het geven van rondleidingen en het controleren van verplaatsingen van het werk van Florence, net als vier jaar geleden bij het werk van Irene van de Mheen. Rara wie is daar toch voor verantwoordelijk?
Ik heb genoten van de uitvoering van een van mijn lievelingsstukken van Bach, BWV 639, uitgevoerd door stadsorganist Anton Pauw.
De Vice Versa expositie ging zoals altijd over de wisselwerking tussen hedendaagse kunst en de semi-openbare ruimte van de kerk, waardoor beide in een ander perspectief komen te staan en dit keer met name om de schaalverschillen tussen de afmetingen van de monumentale kerk en de kunstwerken in de nissen en kapellen die zich eerder verhouden tot de menselijke maat.
De tweede tentoonstelling loopt nog t/m 19 oktober: Oblique Strategies. Genoemd naar de iconische kaartenset die Brian Eno in samenwerking met Peter Schmidt samenstelde om het creatieve proces te beïnvloeden. Eno is zowel muzikant en muziekproducer als kunstenaar en activist, niet onbelangrijk in deze tijden. Hij organiseerde deze maand een Live Aid benefietconcert; Together for Palestine.
Oblique Strategies maakte deel uit van het Haarlem Vinyl Festival.
Ik vroeg vijf kunstenaars om mee te doen, drie Vishalleden: Lucas Hoeben, Marianne Lammersen en Olle Stjerne en daarnaast Karin Eliza van Pinxteren en Frank Havermans. Zijn monumentale sculptuur in de kooromgang van de Bavo vormde het scharnierpunt met het kleine model daarvan in de Vishal, te midden van tientallen andere modellen op een enorme display.
Als leidmotief is gekozen voor een werk van Van Pinxteren, een uitsnede van twee grote cirkels met letters, die visueel refereren als een dj-set van twee albums. Er is meer ruimtelijke poëzie van haar te zien in de expostie in verschillende hoedanigheden; van virtuele, fluorescerende gesprekken tot verticale schrifturen.Alle kunstenaars kozen een oblique strategy die Viktor Truijen vormgaf op grote kleurige stickers die op de door de Record Industry verkregen white albums van onbeschreven elpees zijn geplakt: een collectie virtuele albums, aangevuld met fictieve albumhoezen van onbestaande bands door Peter Stufkens.
Marianne Lammersen maakte speciaal voor de tentoonstelling het werk Towards Weightlessness dat uitgaat van een stoeptegel, die ongeveer dezelfde maat heeft als een albumhoes, en die langzamerhand zwaarte en functie verliest en oplost tot (de schaduw van) een spiraal. Daarnaast ferme torens van glas, waarvan er een gekanteld is en zijn zachte binnenruimte prijsgeeft. De niet te stoppen ontwikkeling van groei tegenover het menselijke verlangen naar vertraging.
Het werk van Lucas Hoeben verhoudt zich op metaniveau met het exposeren zelf, met de context van de kunst, met portretten van kunstenaars en met grafiet ingevulde contouren van plattegronden. Dit maal is naast een deel van het Rijksmuseum de plattegrond van de Vishal zelf te zien, rechtstreeks op de wand, evenals in snelle opvolging gebeamde plattegronden van Italiaanse kerken, waaronder de Santo Spirito in Florence met een van de oudste werken van Michelangelo, een houten Christusbeeld, dat nu zijn schaduw werpt op de muur aan de kerkzijde van van de Vishal. Laocöon en Paviljoen Welgelegen zijn ook aanwezig, respectievelijk vanuit diverse perspectieven en gekanteld en in contravorm. Het originele loden beeld van Laocöon staat in het Rijks en zo zijn er allerlei verbanden te scheppen en kunsthistorische verwijzingen te vinden in dit fijne werk dat sinds kort is uitgebreid met kleurige keramieken kralen aan leren koorden, die de tijd en de terugkeer naar verschillende plaatsen markeren. Video, beton, beeldhouwwerk, gips, keramiek, grafiet op wand en grafiet op tekening, gradaties van materie, van efemeer tot de zwaarte van ‘steen’.
Olle Stjerne maakte een installatie van de trappen die mij zo fascineerde tijdens mijn atelierbezoek aan hem. En een film voor in de zijruimte (en tijdens zijn performance). Alles old school, man made. Diep op zijn website vond ik ook een intrigerend nummer, dat hij samen met Till Hormann uitvoerde tijdens het Vinyl Festival, waar veel meer moois te horen was, van Venice tot Spinvis.
Net als bij het getoonde werk van Frank Havermans, waar het hele proces zichtbaar wordt in de steeds van functie veranderende modellen; van schetsen, tot een definitief model en van ‘werktekening’ tot autonoom object en, levend, archiefstuk, spelen bij deze tentoonstelling de werkwijzen en de processen van de andere kunstenaars een rol en krijgen we inzicht in de complexiteit van de totstandkoming van hun werk en van de strategieën die zij daarbij toepassen.
Steden
In augustus ontdekten we weer nieuwe plekken in Berlijn, vaak verrassend na een binnenplaats en een lange gang (Sophiensaal) of een eeuwoude balzaal boven een restaurant (Clärchens). De Berliner Biënnale onderzocht de strategieën van de nar en de vos, om je staande te houden in de wereld en er waren twee tentoonstellingen van Yoko Ono te zien, waarvan die in de Neue Galerie van Mies van der Rohe het beste beviel. Ik was zo onder de indruk van de actualiteit van ook het oude werk van Ono dat ik een citaat van haar koos voor de uitnodigingskaart voor de komende ledenexpositie met het het thema vloeibare grenzen.
Citaat
“This room gets as wide as an ocean on the other end.”
– Yoko Ono
In september waren we in Oslo, waar dochter Katía voorbereidingen trof voor het Ultima Festival. We bezochten het operahuis, van binnen en van buiten.
Het gebouw rijst uit het water als een berg die je kunt beklimmen en vanwaar je een mooi uitzicht hebt. Zowel op de baai met het nieuwe museum voor hedendaagse kunst als op het eiland, waar we met een boot naartoe waren gegaan en waar de tijd stil lijkt te staan, en het Ekebergerpark met het fijne restaurant en een bos vol kunstwerken van onder meer Pippilotti Rist en Elgmgreen & Dragset (Dilemma, zie hieronder).
Ook daar heb je weer een fantastisch uitzicht op het centrum van de stad in de diepte.
Dat geldt ook voor het onvolprezen Munch Museum. Ze tonen en bewaren er niet alleen de werken van Noorwegens bekendste schilder maar functioneren ook als uitzichtmachine voor de stad rondom.
Boek
InSo much longing in so little space, the art of Edvard Munch, schrijft Karl Ove Knausgaard onder meer over zijn ontmoeting met Joachim Trier, met wie hij samenwerkt voor een tentoonstelling in het Munch Museet in Oslo. Trier is de regisseur van de Oslo trilogie. Zijn meest recente film, die in première ging tijdens ons bezoek, speelt zich ook af in de stad.
Film
Een echte aanrader, deze film, Affeksjonsverdi, Sentimental Value, die in december in Nederland te zien zal zijn in de bioscopen. Die film, het boek over het leven van Munch en de sporen daarvan in de stad zoals die nu is, in combinatie met die enorme gebouwen met hun complexe binnen- en buitenruimten werd zo, nadien, een fantasmagorie, waar alles met elkaar verbonden leek. Misschien nog wel het meest indrukwekkend was de Deichmann bibliotheek. Een echte third space, een openbare binnenruimte waar iedereen zich kan vinden in zijn eigen interesses en niet alleen in de boeken, die nog steeds het hart van de bibliotheek vormen. Er zijn talloze ‘forking paths’ naar studieruimtes, conversatietafels, muziekinstrumenten, pick-ups (alles met koptelefoons), fauteuils, banken en zitjes voor de grote ramen die lijken te willen zeggen, ‘deze stad is voor ons allemaal’. Dit gebouw biedt plaats aan alle leeftijden. Er is kunst. Een winkel met fijne parafernalia, een lunchplek, een crèche, en maakruimtes met borduurmachines, computers met onbetaalbare programma’s voor iedereen. Er is zelfs een muziekstudio te vinden en een theater en dat alles in een fenomenale architectuur met vergezichten en verdiepingen met in het centrum een Piranesiwaardig roltrappenstelsel dat de ruimte doorkruist en toegankelijk maakt op al die verschillende niveaus.
Nog meer tentoonstellingstips
Beyond these Walls, AkzoNobel Art Foundation, Amsterdam, met onder meer werk van Arjan van Helmond. Zijn lezing met Abedelkader Benali bracht me bij What speaks to us, een boek dat allerlei ruimtes ontvouwt (espèces d’espaces) en de gelaagdheid van zijn werk voelbaar maakt (vormgeving PutGootink, uitgever Jap Sam Books). Het boek opent met een vertaling van een tekst van Georges Perec over het wezenlijke van het alledaagse, de kern van Van Helmonds werk.
If It Is,Garnalenkerk, Amsterdam, frank mandersloot en Cornelius Rogge, een kortlopende expositie die alweer voorbij is maar met een blijvende publicatie IT (MMXXIV) & IF IT IS THE THE
THIS IS IT / IT IS WHAT IT IS / WHAT YOU SEE / IS WHAT YOU SEE
(met voetnoten naar respectievelijk Alan Watts, The Irishman by Martin Scorsese en Frank Stella)
Het tweede deel van de publicatie bevat de neerslag van een correspondentie met Lex ter Braak en een opmaat voor hun expositie in de Vishal in 2026.
Theater
Hans Dagelet, R.I.P.:Bits and Pieces, een weergaloze voorstelling die schuurt en ontroert, met beelden uit de archieven van EYE, een vleugel, een vibrafoon, kerkklokken, Hans en zijn trompet.
Nog een filmtip:
La venue de l’avenir, van Cédric Klapisch, sluit naadloos aan bij het stuk over Monet en Viardot uit de vorige ZINE.
Met dank aan Maurice die ons inspireerde om weer naar Berlijn te gaan.
Met dank aan Katía, die ons meenam op reis!
Tekst en foto’s: Renée Borgonjen
Geplaatst inUncategorized|Reacties uitgeschakeld voor ZINE #7
Paris -Beaulieu – Saint-Malo – Le Mont-Saint-Michel – Saint-Nazaire – Nantes – Île de Ré – Illiers Combray – Giverny
Parijs, op een terras bij een café na een geslaagde ‘chercherie’ in de Librairie des Abbesses Les Portes-en-Ré, 6.32, zonsopkomst
Ik ging op reis en nam mee: mijn notitieboek + schrijfgerei en mijn iPhone met camera, een app om geluiden mee op te nemen en eentje om planten mee te determineren (zeeraket, zeewinde, blauwe zeedistel en hazenstaart op ÎIe de Ré).
Reisimpressies
De vertellingen in Onzichtbare steden van Italo Calvino horen wat mij betreft bij de mooiste reisverhalen die ik ken, ook al zijn ze imaginair of misschien wel juist daarom. Maar de steden en plekken die ik deze zomer bezocht waren niet alleen zichtbaar, maar maakten indruk op alle zintuigen. Al die sensaties zijn opgeslagen en heb ik, net als mijn koffer en tassen, uitgepakt – om ze te transformeren tot de volgende impressies.
1. In het spoor van Pauline Viardot – Parijs en omstreken
Sinds ik Emo Verkerks portret van Toergenjev exposeerde, met daarin twee kleine portretten van Pauline Viardot (in een medaillon bij zijn hart) en haar man Louis Viardot (in een fotolijstje op tafel – zie ZINE #1), ben ik geïntrigeerd door hun verhouding. Niet zozeer in fysieke of emotionele zin maar vooral, waar die nu nog zichtbaar of voelbaar is, zoveel jaar na dato. De verhalen waarmee je die plekken uit hun verleden kunt omringen, brengen ze als het ware tot leven. Eigenlijk wilde ik in eerste instantie naar het museum van de Romantiek in het destijds nieuwe artistieke centrum van Parijs, Nouvelles Athènes. Ik schreef er al eerder over; de werken die daar normaliter te zien zijn, zoals het meest bekende portret van Viardot door Ary Scheffer, waren tijdelijk in Dordrecht te bezichtigen, naast werken van Delacroix en Géricault. We zitten vol in de Romantische periode, die misschien al begon met René Chateaubriand, maar daarover later meer.
Het werd een rondgang langs een viertal locaties, twee achter gesloten hekken, zodat de verbeelding alsnog aan de gang moest. Zo’n zoektocht brengt je vaak op onvermoede plekken en biedt ruimte aan mijmeringen, die een reis een historisch patin geven, waardoor de tijd zich lijkt uit te breiden (zie Proust in de zevende episode van dit reisverhaal.) Dat museum, het voormalige woonwerkpaleis van Ary Scheffer, wordt op dit moment uitvoerig gerestaureerd net als de hele openbare ruimte in dit deel van de stad. Er is net genoeg inkijk, om je er een voorstelling van te maken, van deze plek waar elke donderdagavond salons werden gehouden en waar een uitwisseling plaatsvond tussen muziek, beeldende kunst en literatuur.
De volgende ochtend brachten we een bezoek aan het Cimitière du Nord, ‘dit Montmartre’, waar Pauline Viardot een van de promintente ‘bewoonsters’ is onder veel andere zangers, schrijvers, staatslieden en een enkele clown. Er is een tweede plattegrond beschikbaar voor la deuxième sexe, die je langs de rustplaatsen van uitsluitend vrouwelijke prominenten voert maar Pauline komt op beide lijsten voor. Desondanks is haar graf moeilijk te vinden, al had ik het vooraf al bestudeerd op internet. In de frisse ochtend, waar we vanaf de blauwe spoorbrug de kleine bouwwerkjes onder ons al konden ontwaren, kwamen we in het lagergelegen deel terecht waar de centrale rotonde met planten en bloemen leidde naar paden en zijpaden en daar weer de zijpaden van, die ons uiteindelijk, te dicht langs de graven en de begroeiing door, naar het lichtelijk overwoekerde graf van La Viardot brachten. Er staan meerdere namen bij, van haar man, Louis en van hun(?) kinderen. Het is een rotsachtig bouwwerkje met haaks geplaatste rechthoekige stenen. Het had toch iets van een ontmoeting.
In het pand dat de Viardots vanaf 1871 bewoonden op de rue Douet, waar Pauline op de belle étage haar lessen gaf en salons organiseerde, had Toergenjev zijn intrek genomen op de vijfde (zolder)verdieping. Volgens de onvolprezen schrijver van Europeanen, de Britse historicus Orlando Figes, had Toergenjev een geluidskoker aan laten leggen om de pianomuziek en het gezang van Pauline en haar leerlingen te kunnen volgen. Een bizar gegeven. De drang naar verbondenheid was zo groot dat hij op de buitenplaats in Beaulieu die Pauline en Louis kochten, op zo’n 25 meter afstand een datsja liet bouwen, zijn eigen zomerverblijf in de schaduw van de Neo Palladiaanse villa van de Viardots. Een mooie boswandeling brengt ons bij een hek met daarachter die datsja die eigenlijk meer lijkt op een Zwitsers chalet, met drie verdiepingen, het huidige Toergenjev museum, dat slechts twee zaterdagmiddagen per maand geopend is. Hier stief Toergenjev, in 1889 in de armen van Pauline – dat dan weer wel. Na de dood zijn ze weer ver van elkaar verwijderd want Toergenjev kreeg een staatsbegrafenis in Leningrad, waar Pauline niet eens bij aanwezig was.
2. Monet et la fluidité – Parijs, Musée de l’Orangerie en Giverny
De twee zalen met waterlelies, ‘nymphéas’, in Musée de l’Orangerie in Parijs worden deze zomer omgeven door tekeningen van De boom (au rebours – ‘tegen de keer’) en een aantal video’s van David Claerbout evenals de expositie Dans le flou, une autre vision de l’art de 1945 à nos jours, (te zien t/m 18 augustus, met werk van onder veel meer Hiroshi Sugimoto, Maarten Baas, Gerhard Richter, Claude Monet en Christian Boltanski).
In Le Printemps, Lentement, De lente, langzaam, laat Claerbout je nauwelijks op te merken veranderingen ervaren, door zijn hybride werkwijze tussen fotografie en bewegend beeld. Die minimale veranderingen maken ‘la durée’ voelbaar, de tijd die zich ‘ontrolt’ en hebben tot doel je blik te ‘ontfocussen’ en de tijd te ervaren als voorbijgaand fenomeen. Kleuren die ‘vertinten’ in het donker. “Perceptie is een constructie” zegt Claerbout. En over zijn omgang met de huidige techniek: “Ongeveer zoals de kunstenaars van het impressionisme zich verhielden tot de fotografie moeten wij dat, in onze tijd, doen met AI. Wat onderscheidt ons van het mechanische, repetitieve?”
‘Nous sommes dans le flou’, we tasten in het duister. Niets beklijft, alles blijft lichtjes in beweging, schommelend tussen hier en daar, toen en nu. Het gaat ook om ‘de erosie van zekerheden’, zo staat het in de bij de tentoonstelling beschikbare vouwblad. Onder een werk van Alfredo Jaar, Six seconds, impression jet d’encre pigmentaire, staat een citaat van Gaston Bachelard, die een tetralogie, een vierluik, over de elementen schreef. In die van de lucht, L’Air et les songes, Paris, Corti, 1963, vind je het volgende citaat:
”La valeur d’une image se mesure à l’étendue de son auréole imaginaire, autant dire qu’une image stable et achevé coupe les ailes à l’imagination.”
Ruimte voor de verbeelding dus, die vliedend is en waarvan je de vleugels intact moet laten.
Je kunt ook ‘nager’ (zwemmen) ‘dans le flou’. ‘Flou ‘is etymologisch verwant aan ‘fluïde’, het vloeibare. Die vloeibaarheid van buiten naar binnen, met het uitzicht als verbindende element, zie je ook terug in de tuin en het huis van Monet in Giverny. Het groen van de kozijnen en de Japanse brug(gen) over de vijvers contrasteert met het natuurlijke groen en vormt als het ware een kader, waarbinnen de natuur zich door hem liet vastleggen in zijn onbegrensdheid.
Nymphaea komt van nimf, en heeft zijn oorsprong in de mythe van de bloem en de watergodin. Het is ook de wetenschappelijke naam van de waterlies. Van die waterlelies in de vijvers van Giverny geen spoor, maar die vliesvleugelden in gedachten op uit het donkere water onder de bruggen en ontvouwden zich in de klaprozen rondom.
3. Enchanteur / Auteur – Saint-Malo (en Parijs)
In Saint-Malo sta ik opeens weer ‘oog in oog’ met Chateaubriand. Er is één zin van deze schrijver, die ik altijd onthouden heb en die gaat over architectuur en de zintuigen: “L’architecte bâtit, pour ainsi dire, les idées du poète et les fait toucher aux sens”. De architect bouwt om het zo te zeggen de ideeën van de dichter en maakt ze voelbaar voor de zintuigen.
Het boek heet René en ik kreeg het zo’n 30 jaar geleden cadeau van een vriend met dezelfde naam, die bij de bibliotheek in Den Haag werkte. Het betrof een geplastificeerd, afgeschreven exemplaar. Op de kaft van deze educatieve editie, voorzien van vragen en noten uit de serie Nouveaux classiques Larousse, staat het kasteel waar François-René Chateaubriand het grootste deel van zijn leven doorbracht, naast alle reizen, die hij vanuit zijn politieke rol, maakte.
Geboren en, volgens zijn wens, begraven op het meest westelijke puntje van het (schier)eiland (îlot) Grand-Bé, tegenover de ramparts, de verdedigingswallen rond het oude stadsdeel van Saint-Malo. Dit graf kun je alleen bij laagtij te voet bereiken. Het ligt op een plek die nu eens eiland en dan weer schiereiland is. Het graf dreigt weg te zinken in het Kanaal door de toenemende erosie. Dan is er van dat mooie idee van tijdelijke toegankelijkheid niks meer over. Het is een graf met uitzicht. Een troostrijke gedachte voor een romanticus.
Zijn geboortehuis is thans een restaurant Chateaubriand. De culinaire connotatie is te danken aan zijn kok, die rundvlees op een bepaalde manier bereidde. Aan de binnenzijde van het fort van Saint Malo is zijn portret afgebeeld, een bas-reliëf met als de typering van zijn wezen het woord ‘enchanteur’. Iemand die (be)tovert, magie teweegbrengt. Enchanteur malgré lui, is ook de titel van zijn biografie. Hij wordt gezien als de vader van de Romantiek, een complexe man met een dubbele natuur, serieus en speels (romanesk). In verschillende levensfasen was hij soldaat en reiziger, schrijver en staatsman. Madame Récamier, die van de chaise longue, was zijn minnares, zo lees ik in zijn Mémoires d’Outre-Tombe. ‘Enchanteur’ dat is iets wat je zou willen worden of zijn. Iemand die begeestert, inspireert? Maar wat het precies is heb ik nog niet begrepen, daarom houdt het me des te meer bezig.
Net zoals een bevriende schilder me van de week vertelde dat hij in een niet nader te noemen Europese stad kleuren had gezien waar hij geen woorden voor had. Dat bracht hem een heel nieuw palet. En volop inspiratie
In de memoires van Chateaubriand komt ‘enchante’ zeven keer voor, een keer tegenover ‘désenchante’ in de zin van onttovering. Enchanter vindt plaats in de ziel. Le succès d’Atala m’avait enchanté, parce que mon âme était encore neuve “. Verrukkingen; “ Les orangers étaient couverts de leurs fruits, et les myrtes de leurs fleurs. Baïes, les Champs-Élysées et la mer, étaient des enchantements que je ne pouvais plus dire à personne.” Iets wat je hart doet zingen en waarvoor je resonantie zoekt.
De laatste en zevende keer dat hij het woord gebruikt, refereert ook aan die zintuiglijke betovering: “Le ciel de l’Attique a produit en moi un enchantement qui ne s’efface point; mon imagination est encore parfumée des myrtes du temple de la Vénus au jardin et de l’iris du Céphise.”
Ik houd het op een mengeling tussen magie, bezieling, betovering, verbeelding, verwondering en inspiratie. Net als de verrukkingen die mij daar op dat moment in St. Malo ten deel vielen: de verrassing van het buitenrestaurant aan het strand in de zon met de tintelende koele cider en de aanblik van een tiental oesters op ijs. Een hondje dat op het strand op en neer rende, gek van plezier, buitelend en kwispelend, niet wetend of hij de ene of de andere kant op moest rennen of huppelen. Je helemaal opgenomen voelen in je omgeving. Het geluid van de golven en de duikvliegende gierzwaluwen, het zout op mijn lippen.
De dag ervoor zag ik bij een portret van de zeventiende eeuwse tuinarchitect André Le Nôtre in de Tuilerieën in Parijs (hij was ook verantwoordelijk voor de tuinen in Versailles), de typering ‘auteur’. De auteur van een tuin klinkt goed. Mijn reisgenoot vindt het ook een beter woord dan ‘curator’, voor het samenstellen van exposities.
4. Een zwembad in de oceaan – Saint-Malo
Bij vloed is alleen de duikplank zichtbaar, zo’n 100 meter in de zee.
Als het water zich terugtrekt, tekenen zich steeds duidelijker de contouren van het zwembad af. (zie ansichtkaart in polaroidformaat) Een zwembad gevuld met zout zeewater.
Net als het graf op het eiland Bé van Chateaubriand, dat je alleen met eb te voet kunt bereiken, kun je hier in diezelfde delen van de dag binnen het kader van de zwembadmuren zwemmen.
Waarom hou ik zo van die tijdelijke toegankelijkheid? Omdat er wat te wensen overblijft? Het is er en het is er niet, dat is het eerder. Die dualiteit maakt het spannend. Net zoals het eiland als metafoor van verlangen. Verlangen is een drijvende kracht. Er is dan een zekere beweging gaande. Misschien houd ik niet van statisch maar eerder van ‘in wording’. Of ‘in verandering’. Van de schommelende beweging tussen hier en daar en vroeger en nu en toen en straks, en er dan op het juiste, hoogste, moment van die schommel afspringen, in het nu.
5. Saint-Nazaire, de ideale badplaats
Het idee van de badplaats is aanlokkelijk maar in de praktijk is het vaak afzien. Waar zie je nog goede architectuur langs het water, met uitzondering misschien van Oostende, maar dat is beladen met een koloniaal verleden. Saint-Nazaire is een soort IJmuiden qua haven en industrie, met een enorme loods voor onderzeeërs. Die grootschalige plekken worden weer gerelateerd aan de menselijke maat door kunstprojecten.
Langs de kust in het centrum van de stad zijn er verschillende strandstoelen die iedereen mag gebruiken, podia en tribunes waar je op kunt zitten en waar mensen picknicken en ukelele spelen. Overal vind je terrasjes waar je voor een paar euro een galette kunt eten en glazen water met ‘sirop d’orgeat’, waarvan je kunt genieten met uitzicht op de mooie vissershuisjes – net in het water. Saint-Nazaire is een badplaats naar mijn hart.
Vooral als ik een half verscholen wandelpad ‘ontdek’, dat meeloopt met de grillige lijnen van de kust, de chemin côtier of le sentier des douaniers, die helemaal naar de Mont-Saint-Michel blijkt te voeren. We zouden het hele stuk dat we net gereden hebben, terug kunnen lopen. Het uitzicht en de vergezichten zijn geweldig. Die blik van bovenaf is ook bij de Mont-Saint-Michel het mooiste. Toevallig vielen we een keer in een hotelkamer, doodmoe, in een televisieprogramma waar mensen probeerden een concert vanaf een luchtballon boven St. Michel te organiseren. Van bovenaf en van ver is het een subliem gezicht. Zodra je het eiland betreden hebt, is dat verlangen ingelost en weg, hoewel de blik vanaf de ramparts op het onderliggende strand/water natuurlijk indrukwekkend genoeg blijft.
De ‘patrimonie’, het cultureel erfgoed, wordt hier niet vergeten. Bij een van de laatste strandjes die je vanaf de weg kunt betreden, staat een beeld dat uitkijkt over het water. Het verbeeldt Monsieur Hulot, die van Les vacances de M. H. van Jacques Tati. Het hotel, de rotsen op het strand, en nog veel meer plekken stadinwaarts zijn aangetekend op een plattegrond en door de 2D-badhuisjes kun je je uitzicht in overeenstemming brengen met een foto uit de beroemde film uit de vijftiger jaren.
6. Nantes. Van de toren van een voormalige koekjesfabriek tot Twintigduizend mijlen onder zee
Op weg van Saint-Nazaire naar Nantes vind je langs de Loire talloze kunstprojecten in de openbare ruimte. Van half verzonken gebouwen tot een mini-Ruigoord. In de stad zelf brengt een groene lijn je langs de vele beelden die de openbare ruimte rijk is. Die groene lijn ontspringt in de mooie botanische tuin. Ruimte voor kunst gaat ook hier gepaard met vrije toegankelijkheid, bijvoorbeeld van de tram in de weekenden.
Nantes is de stad van Jules Verne. Twintigduizend mijlen onder zee is ook het onderwerp van de Carrousel des mondes marins op het Île des Machines, een mechanisch aquarium dat je als bezoeker zelf mee in beweging brengt, animeert, en dat resoneert met de onderzeebotenloods, die we de vorige dag bezochten in Saint-Nazaire.
We komen langs het beeld van Jules Verne op weg naar het aan hem gewijde museum aan het water. De boekomslagen van Verne, die de ingrediënten van het verhaal al prijsgeven, zijn iconisch. Voor kinderen was er een activiteit bedacht waarbij ze met stempels hun eigen kaft van een Jules Verne boek konden maken. Dat deed ik ook, met groot plezier. Een soort frontispice, de inhoudsopgave, maar dan aan de buitenkant. Een fijne omkering wat mij betreft.
Werkelijk een Lieu Unique is de voormalige koekjesfabriek LU. Al decennia lang een magneet voor het culturele leven en waarschijnlijk het lichtende voorbeeld voor het net zo aanstekelijke 104 in Parijs, waar een paar mensen uit het stadsbestuur, een architect en vertegenwoordigers van een levendige kunstscène met onder meer de theatermensen van Royal de Luxe de handen ineen sloegen en een brede culturele basis vonden voor dit grootse project dat verbindingen legt tussen verschillende kunstvormen: muziek, theater, beeldende kunst, literatuur en dans, en diverse leeftijden en interessesferen. Er is ruimte voor hiphop (hip-hop klinkt superleuk in het Frans), er is een leesruimte in het midden van de gang die dagelijks ontsloten wordt en waar je geweldige boeken kunt lezen. Er is een crèche voor ouders die er hun atelier hebben en een restaurant en een café met een terras dat altijd vol zit. De oude fabriekstoren is in volle luister hersteld, je kunt je er zelf met een plateau in ronddraaien om de stad van alle kanten vanaf grote hoogte te bekijken maar vanuit onze logeerplek blijft die toren ook een baken van licht en beschaving, van kunst en cultuur voor iedereen.
7. De madeleine van Proust en de twee wandelrichtingen in Illiers-Combray
In Illiers Combray, op zich een niks aan de hand stadje waar behalve het museum van Proust niet veel te beleven is, bezochten we de kerk waar Proust over schrijft. Het geluid van de klokken dat je om de zoveel tijd hoort, heb ik opgenomen. Binnen in de kerk schijnt een sprookjesachtig licht door de gebrandschilderde ramen dat me doet denken aan de toverlantaarnbeelden die de jonge hoofdpersoon in zijn kamer bekijkt, voor het slapengaan. Het is een kerk om in weg te dromen, met een geweldig plafond. Voor de kerk vind je een beeld van de kleine Marcel, zittend op een bankje. In het museum vind je documenten van Proust en ensceneringen van de plekken van weleer: de slaapkamer waar hij als kind logeerde en een keuken met de typische Madeleine bakvormen, in de vorm van Jacobsschelpen.
De hele Temps Perdu-reeks staat inmiddels bij mijn dochter maar het stripboek van Proust heb ik nog in huis en had ik meegenomen. Het spannendste vond ik eigenlijk dat je vanaf het huis van Marcel, of dat van tante Leonie om precies te zijn, twee kanten op kon lopen, de kant van Swann, du coté de chez Swann, of die van de (familie) Guermantes. In de vroege ochtend worden we wakker van boerenzwaluwen die laag over het water van de Loir (de Vivonne geheten, in het boek van Proust) vliegen, over de waterlelies, die hier wel volop en goudgeel bloeien. Na het ontbijt vinden we een beeldschoon pad tussen hoge bomen, een deel van de wandeling die Proust maakte, langs een laag muurtje langs het water waar je de wasplaatsen van de huizen aan de overkant goed kunt bekijken en waar we op een merkwaardig bouwwerkje stuiten dat een openbare wasplaats blijkt. Later rijden we naar het kasteel van Swann, waar we kiezen voor een blik op het bouwwerk door het hek heen, in plaats van het hele museum te bezoeken. Het was juist die zekere afstand die het zijn glans gaf.
Thuisgekomen zelf een batch Madeleines gefabriceerd 🙂
Geplaatst inUncategorized|Reacties uitgeschakeld voor ZINE #5 en #6, Dubbeldik Zomernummer
April deed wat ie wil en nu is het alweer mei, de tijd vliegt en er was zoveel te doen.
Vishaltentoonstellingen, anderen die een beroep op je doen, een reisje, feestjes, de tuin die weer een heerlijke wekelijkse factor is en van alles om te zien, te lezen en te beluisteren. Een gulle greep:
INHOUD
FOTO-ESSAY: Leuven – een verkenning
TIPS
Bioscoop: Architekton, La Confidenza en I’m Still Here
Netflix: Il Gattopardo en Adolescence
Album: Johan, Great Vacation
Theatertour: Johan, Pop Music
Exposities: Emo Verkerk, Hilaritas, Beelden aan Zee, t/m 9 juni
New new Babylon, Kunstmuseum Den Haag, t/m 31 augustus
In West Den Haag zijn exposities te bekijken en te beluisteren over respectievelijk Anil Ramdas (tot 1/8) en Edouard Glissant (tot 1/3/26)
Boeken:
Brecht Evens, Le Roi Méduse Joke J. Hermsen, Tijd is hoop Mirjam Rasch, Luisteroefeningen
CITAAT:
Het is belangrijk om de wereld ook vanuit niet-Westers perspectief te leren begrijpen. Pankaj Mishra is daarbij een goede gids. In De wereld na Gaza vraagt hij zich af of het mogelijk is om “het verleden niet te vergeten en ons tegelijkertijd te richten op de toekomst.” ‘Hoop in een duistere tijd’, heet de epiloog.
FOTO-ESSAY: LEUVEN (Scroll hierboven door de foto’s…)
Onlangs gingen we naar onze Zuiderburen om Leuven te verkennen. Dat was een groot plezier. Het riviertje de Dijle snelt vrolijk klinkend / met een aangename ondertoon door de stad en zorgt iedere keer weer voor verrassende mooie smalle vergezichten tussen de oude architectuur.
De Kruidtuin / jardin botanique was favoriet. Geweldige binnen- en buitenruimtes. Er is zelfs een kas speciaal voor varens en eentje voor alpiene vegetatie, met ingenieuze panelen om de planten van het optimale klimaat te verzekeren. Om 12.00 uur gaan de vogels een duet/duel aan met de stadsklokken, daarna hebben zij weer het hoogste woord.
In het Groot Begijnhof waan je je in de Middeleeuwen. Onwaarschijnlijk uitgebreid, als een dorpje op zich. Nu niet alleen meer bewoond door vrouwen maar door studenten van alle genders en gaststudenten en -docenten van de Katholieke Universiteit. Die universiteit en de artes liberales zijn hier alomtegenwoordig. Van de universiteitsbibliotheek met de grote leeszaal met meerdere rondgangen op verschillende hoogten en de bibliotheektoren, op het Ladeuzeplein, tot het Hogeschoolplein waar je, in de zon met een mimosa! (Eclèktic bar – ook goede lunchgerechten), overal de sporen van de geometria tot de astronomia kunt aanschouwen.
Het Tweebronnengebouw uit 1936 van Henri van de Velde verbindt twee niveaus in de stad. Een met terracottategels beklede entreepoort, enigszins verborgen in de Dieststraat, tussen de winkels, en op een lager niveau, de Rijschoolstraat. Zijn werk wordt ter plekke voorbeeldig gedocumenteerd. Bij het inpandige Café van de Velde kun je lekkere salades eten.
STUK is ook een leuke plek, evenals De Optimist. Museum Leuven (M) vonden we vooral architectonisch interessant. Ook weer die spannende mix tussen binnen- en buitenruimten. Architect Stéphane Beel integreerde met zijn stedenbouwkundige ingrepen op deze plek zowel historische elementen als een binnentuin en de nieuwe museale ruimten, zowel binnen als buiten en op verschillende niveaus, tot een mooi amalgaam van oud en nieuw en natuur en cultuur, met strategisch geplaatste vensters voor mooie zichtlijnen. Vergeet het dakterras niet. Daar is ook een lift die je weer terugbrengt naar straatniveau en Barbóék (in M).
Daar zag ik niet alleen voor het eerst het nieuwe boek van Joke Hermsen (één dag daarvoor verschenen – zie tip) maar ook een poster waarin werd aangekondigd dat Brecht Evens daar een lezing zou geven. Zijn tekeningen uit Le roi Méduse, zou ik graag willen laten zien in de Vishal, maar of dat gaat lukken… Tamar Stelling schreef een goed artikel over dit boek en zijn werk: “Vier eeuwen aan natuurhistorie in een prachtig psychotisch beeldverhaal aan zee”, in De Correspondent.
Soundscape Leuven Ik was extra gespitst op de geluiden omdat ik net het laatste boek van Miriam Rasch had gelezen, dat ik had gekregen van mijn dochter Katía, die haar onlangs interviewde tijdens het Rewire festival in Den Haag.
Het water van de Dijle, de kerkklokken, de rolkoffers in de straat die voert naar het station, de vogels (vooral die in de volière in de Kruidtuin en, heel interessant, bouwgeluiden en kinderstemmen uit een land in Zuid-Amerika dat ik verder niet precies kon thuisbrengen. Die geluiden van ver klonken door de telefoon van een arbeidsimmigrant die zondagochtend, gezeten tussen de tropische planten, zat te skypen met zijn familie aldaar.
TIPS
De documentairefilm Architecton van Viktor Kossakovsky toont het zowel indrukwekkende als moedeloos makende proces waarbij de mens bergen tot gruis vermaalt voor cement om architectuur te maken die vaak al na veertig jaar wordt gesloopt, als de afbraak niet al eerder door aardbevingen en oorlog in gang is gezet. Daarmee creëren we vervolgens nieuwe bergen, van afval. Als tegenhanger markeert architect en ontwerper Michele de Lucchi een cirkel van keien in een/zijn tuin, waar de mens uit weg moet blijven, lege ruimte, die we met rust moeten laten. Een immersieve ervaring waarbij je overrompeld wordt door de zwaarte van steen.
Mocht ie nog draaien: La Confidenza van Daniele Luchetti met muziek van Radiohead frontman Thom Yorke. En anders het uiterst pijnlijke maar wonderschone I’m Still Here.
Il Gattopardo naar de gelijknamige roman van Tomasi di Lampedusa is een aanrader op Netflix. Boek en serie komen niet helemaal overeen. In het boek ligt de nadruk op Don Fabrizio, de vader, terwijl in de serie (het liefdesleven van) dochter Concetta de meeste aandacht krijgt. Je krijgt gelijk zin om spoorslags naar Sicilië af te reizen.
Rauw maar met name door de manier van filmen, elke aflevering bestaat uit één take, ongelooflijk indrukwekkend, is Adolescence
Melancholieke gitaarpop met fijne wendingen. Na zes jaar weer een nieuwe van Johan, The Great Vacation.
Op dit moment toeren ze met Pop Music. Hoe maak je het beste popliedje – met eigen werk en songs van de favoriete albums van hun eigen helden.
In de Volkskrant noemden ze een aantal albums dat hen gevormd heeft waaronder Talking Heads, Hunky Dory van Bowie en Revolver van The Beatles met als een van de mooiste liedjes aller tijden For No One. Eens.
In West Den Haag zijn exposities te bekijken en te beluisteren over respectievelijk Anil Ramdas (tot 1/8) en Edouard Glissant, uit het Hans-Ulrich Obrist Archive – die ik eerder zag in het LUMA Museum in Arles, waar het gedachtegoed van Glissant een van de fundamenten vormt (tot 1 maart 2026).
Toch nog iets moois bij het Binnenhof: de opening van het Rewire Festival op 3 april jl met Alvin Curran, Maritime Rites op de Hofvijver.
Sinds ik vorig jaar in Venetië in de Giardini geraakt werd door de installatie van Yuko Mohri (waarbij ook geluid, licht, beweging en geur een rol spelen) en door Standing Waves van Tarek Atoui in Ljubljana, in het Cukrarna, ben ik óm voor deze multidisciplinaire kunstvorm.
Emo Verkerk, Hilaritas, Beelden aan Zee t/m 9 juni ‘De gieteling hoor je zingen, kijken luistert nauw’, uit het gedicht Dwaalgasten, dat ik twintig jaar geleden schreef over de vogels van Verkerk.
Miriam Rasch houdt in Luisteroefeningen, over aandacht en ontvankelijkheideen pleidooi om je aandacht te oefenen, “leeg en open, zoals Simone Weil het beschreef.” Ze verwijst ook naar Virginia Woolf, bij wie het moeilijk is een onderscheid te maken tussen luisteren, kijken en denken, aldus Rasch. “Misschien is dat wat stream of consciousness behelst”. En “vogels geven de mens esthetisch plezier en openen daarmee de weg naar een andere verhouding tot de natuur…
Om resonantie te ervaren, moet je goed leren luisteren… Als je wordt getroffen door iets wat van buiten komt, zoals een muziekstuk, landschap of ander mens, is dat een vorm van aanraking. Je moet er iets mee, dat voel je, maar dat kan maar tot op zekere hoogte want dat wat je raakt, kun je nooit bezitten.
Tot slot breng ik graag het nieuwste boek van Joke Hermsen onder de aandacht, Tijd is hoop – met alle essays over de tijd. En over de hoop dat het anders kan. ‘Over tijd, hoop en moed’ luidt de ondertitel van het uiterst urgente openingsessay. “Hoewel weinig in de wereld aanleiding geeft om hoopvol te zijn”… “Hoop is het uitstrekken van je armen naar iets wat nu nog onbereikbaar lijkt, maar zich intussen al ergens in het heden verscholen houdt”, schrijft ze in het laatste essay, ‘Hoopvolle tussenwerelden’. Over de engel van Paul Klee, Voller Hoffnung, die ons aankijkt vanaf het boekomslag.
Geplaatst inUncategorized|Reacties uitgeschakeld voor Zine#4
De nieuwe stadstekenaars van Amsterdam Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis zijn de nieuwe stadstekenaars van Amsterdam. Zij wonnen onlangs de Cobra Kunstprijs Amstelveen en hebben een expositie in het Cobramuseum, die verlengd is t/m 23 maart.
fish~tail: eerder te zien in de Vishal
< > terugblik: de oorspronkelijke plek van de banken voor het Cobramuseum van Michelangelo Pistoletto.
Aanraders:
film:A Complete Unknown van James Mangold
expositie: Round and About van Marlies Appel en Florence Marceau-Lafleur in 37PK + de boekpresentatie van Serpentine van Marlies Appel
boek:De voorbeeldige opvoeding van Frida Wolf van Maria Kager over een opmerkelijke jeugd in de schaduw van de Koepelgevangenis in Haarlem
< > terugblik: rondom de Koepel
Citaat:
‘… architecture is like a lead ball chained to a prisoner’s leg: to escape he has to get rid of its weight…’ Rem Koolhaas and Bruce Mau, S, M, L, XL, p. xix.
tekst en foto’s: Renée Borgonjen, maart 2025.
De nieuwe stadstekenaars van Amsterdam
Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis zijn de nieuwe stadstekenaars van Amsterdam. Hun eerste bijdrage is een tekening van Het licht van Amsterdam, die vreemde lichtzuil die zich na zonsondergang aftekent boven de stad gedurende dit jubeljaar Amsterdam 750.
Afbeelding: Parool, zaterdag 16 februari jl.
Onlangs wonnen Zijlmans en Jongenelis de Cobra Kunstprijs Amstelveen voor creatief experiment en maatschappelijke betrokkenheid. In het Cobramuseum is ter gelegenheid daarvan, Voices from a Simmering City te zien. Die tentoonstelling is verlengd tot en met 23 maart 2025.
Het werk van Sylvie en Hewald volg ik al sinds ik bij Galerie Tanya Rumpff werkte. Ik was altijd gefascineerd door hun foto’s van geënsceneerde foto’s waarin er iets op scherp werd gesteld.Toen ze op Zeeburgereiland aan de slag gingen met een community project, ben ik dan ook volmondig ingegaan op hun uitnodiging om hier deel van uit te maken. Zo stond ik ’s ochtends om zeven uur, melodica spelend, met bekende en onbekende buren naar emmers waters te kijken die ritmisch uit de ramen werden leeggegooid, liep ik met een zilveren masker achter Windy Wooh en blies ik mee in een vierstemmige performance met de titel, Breathtaking, dat klonk middels een ingenieus door hen vormgegeven partituur, waardoor iedereen mee kon doen. Het was een groot plezier en droeg bij aan de saamhorigheid op het eiland. Het resultaat is te zien in een van de twee films die nu te zien zijn in het Cobra Museum.
foto van Windy Wooh, instrumenten, maskers en partituren van Zijlmans en Jongenelis in het Cobra Museum
Fish~tail:
Sylvie Zijlmans, Deeper, aquarel / gouache / kleurpotlood op papier
Eerder in de Vishal toonde ik dit werk te zien in de tentoonstelling Through the Bathroom Window.
De verplaatste banken van Michelangelo Pistoletto
< > Voor het Cobramuseum staat een viertal banken van Michelangelo Pistoletto met teksten in meerdere talen. De banken stonden eerst elders in Amstelveen, op het Westwijkplein, waar ik een blauwe maandag woonde. De mensen rond dat plein waren niet gecharmeerd van deze parels van kunst in de openbare ruimte die, samen met een met wisteria sinensis (blauwe regen) begroeide overhuiving van Georges Descombes, op dit plein nog enige warmte en karakter brachten. Pistoletto demonstreerde de betekenis van de vorm in relatie tot de tekst(en in meerdere talen).
Michelangelo Pistoletto op zijn bank, een demonstratie Katía met de krijtjes van Georges Descombesartikel in Archis, 1995
Ik schreef er een artikel over voor Archis (eerste spread hierboven) en een publicatie voor de stad. Met een gedicht voor de kinderen in de wijk, die uitgenodigd waren om te tekenen op de vloer onder de overhuiving van Descombes. Het doosje krijtjes in alle kleuren, gaf Descombes aan mijn toen nog heel jonge dochter (zie foto hierboven).
Die banken kwamen uiteraard weer ter sprake toen ik Pistoletto bezocht in de Città dell’Arte in Biella om hem, in het kader van Leeuwarden Culturele Europese hoofdstad, te spreken over een project waar ik samen met Brenda Ottjes van Tûmba in Leeuwarden en Joke Hermsen voor gestreden heb.
mindmap om de relatie van het project met zijn werk te bespreken
Daarbij kwamen de banken in Amstelveen uiteraard ook nog ter sprake. Die middag zou hij duizenden jonge bezoekers op een muziekfestival toespreken. Wat hij ze ging vertellen, vroeg ik. Dat ze een belangrijke taak hebben in het leven: ‘Cambiare il mondo’ – ik refereerde er al aan in ZINE #1. Ik hoop in deze bange dagen dat dat nog steeds mogelijk is. Nagekomen nieuws: Pistoletto is genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede! Auguri!! https://cittadellarte.it/en/articles/interview-with-michelangelo-pistoletto-candidate-for-the-2025-nobel-peace-prize
Regie: James Mangold. Met Timothée Chalamet als Bob Dylan, die je volgt van zijn aankomst in New York, de ontmoeting met Woody Guthrie, zijn samenspel met Joan Baez tot het iconische ‘Like a Rolling Stone’. Verrukkelijk! De hele week klinkt hun duet It ain’t me baby al in mijn hoofd.
II Expositie: Round and About | Boekpresentatie: Serpentine
Zondag 2 maart jl. hield ik het openingswoord bij de boekpresentatie van Serpentine van Marlies Appel en de expositie Round and About, met werk van Marlies Appel en Florence Marceau-Lafleur in 37PK, Haarlem, te zien tot en met 6 april 2025. Hier de iets ingekorte versie daarvan:
De aanleiding van de tentoonstelling is de presentatie van het jubileumboek van Marlies Appel, Serpentine, met teksten van Anneke Oele, Inga Kondeyne en Marlies zelf, uitgegeven door 99 Uitgevers en vormgegeven door Mart Warmerdam, geheel in lijn met het werk.
Het is geen boek dat zich makkelijk laat doorbladeren voor een oppervlakkige lezing. Het vergt een bijna rituele handeling, je moet de pagina’s stuk voor stuk openvouwen en na beschouwing weer terugvouwen voor je verder gaat. Die zorgvuldige enscenering van de kijkervaring en de concentratie die daarmee gepaard gaat, sluit naadloos aan bij de manier waarop Marlies’ werk zich het beste laat bekijken. Je moet er de tijd voor nemen. Tot het zich in zijn geheel openbaart, totdat er uit de achtergrond nieuwe en vaak grilliger vormen verschijnen, die opduiken doorheen een rechtlijnig weefsel van ketting en inslag strepen
of nabeelden van eerder uitgegumde lijnen, die zich op een andere manier manifesteren dan de lijnen van grafiet.
De zorgvuldigheid en de tijd die is geïncorporeerd in het werk, waarvan ook die gumlijnen en de sporen van vingertoppen op het papier blijkgeven, die tijd die zich in de zin van Henri Bergson heeft opgerold als een sneeuwbal, als durée, moet in zekere zin ook weer ‘ontrold’ worden gedurende het kijken.
De serpentine is een natuurlijke, meanderende vorm, die beweging impliceert in stilstand. Het plooien en golven in de tekeningen van Marlies Appel is op een moment van een zeker evenwicht, tot stilstand gekomen, samengebald, maar het proces blijft zichtbaar, bijvoorbeeld in die sporen van het uitgummen die zich nog laten lezen in het uiteindelijke werk. Het lijkt of de tekening even stolt, maar zo weer lijkt te kunnen smelten en voortgaan, zodra je je hebt afgewend. Het werk lijkt in beweging te blijven. Die dynamiek in stilstand vind ik in grote mate bijdragen aan de magie van het werk van Marlies.
Schijnbaar uiteenlopende zaken als bergen, om precies te zijn de Jungfrau, architectuur en het menselijk lichaam, verbinden zich losjes tot een organisch geheel, dat wil zeggen dat er een inherente logica zit in de manier waarop ze samenvallen, bijvoorbeeld in vormrijm: rok, koepel, plooien en reliëf. En zoals de choreografie bemiddelt tussen de ruimte en de danser, verbindt Marlies haar de houdingen van haar vrouwenfiguren met de stilstand en de zwaarte van steen, zoals bij de Spaanse trappen, die ze noemt in het boek.
Het feit dat ze gebruik maakt van verschillende perspectieven tegelijkertijd, vergroot de ruimtelijkheid van het werk. Zo blijven de vrouwfiguren, met het onmiskenbare handschrift van Marlies, verbonden met en komen ze tegelijkertijd los van de architectonische achtergrond. Hun houdingen verdeelt ze in het boek in categoriën die bijna een gedicht vormen of een poëtische opsomming à la Perec:
zitten, buigen, hangen
liggen, buitelen/tuimelen, strekken, leunen
plooien, vouwen, vallen, slepen
cirkelen, omvatten, wikkelen, rondom lege
ruimte, omhullen, verlengen, bouwen,
balanceren
De stereoscopen van Florence Marceau-Lafleur op de achterwand, hebben titels als Studio Situation with Man Among Nature en Situation at Ars Aemula Naturae, academische omgevingen waar getekend werd naar de natuur en waar de kunstenaar zelf vaak heeft geposeerd. Uit die praktijk is veel werk voortgekomen. Het lange stilzitten in een bepaalde houding, de innerlijke ervaring van het lichaam, van binnenuit, en de expressie daarvan.
27 ballonnen met lucht staan voor het lichaamsvolume van de kunstenaar, gevat in een medisch instrument, de speculum virgen, Breathing Wall heet het werk. Vroeger namen we de maat van onze omgeving met onze lichaamsdelen, duimen, voeten en stappen. Florence maakt als het ware zelfportretten van haar ademvolumes, bijvoorbeeld in de vorm van blaasinstrumenten.
Daarnaast, op de vloer, The Very Rich Hours, een langgerekte tekening, meer dan zes meter, als een uitgevouwen getijdenboek – heel minutieus getekend en beschreven met een fineliner. De lengte x de breedte van het papier is afgestemd op de oppervlakte van haar eigen lichaam.
De innerlijke wereld wordt vergeleken met de ruimte rondom, bijvoorbeeld van de geabsorbeerde marmerpatronen in de academische ruimte waar ze heeft geposeerd als model. Of, het volume van de kunstenaar in tranen, waar in een van de teksten aan gerefereerd wordt. Er is een frans gezegde, pleurer toutes les larmes de son corps. Dat zouden er dan meer dan 900 miljoen moeten zijn, heeft ze berekend. In een ander tekstfragment staat dat de mensheid maar liefst drie keer zou passen in het meer van Genève. Dit is een opvallend thema bij Florence, het relateren van de binnenwereld met de buitenwereld. De wiskundige betrekkingen helpen om de persoonlijke binnenwereld naar buiten te brengen en zich daarmee te verhouden, erin op te gaan. Zelf omschrijft ze het als een verlangen naar een oceanisch gevoel’, het onbegrensde, een onlosmakelijke verbondenheid met de wereld rondom. En de melancholie die dat met zich meebrengt vanwege de vluchtigheid van zo’n ervaring. Al deze connotaties, zitten in het werk, soms wordt eraan gerefereerd in de teksten rondom, maar het wordt nooit expliciet, het blijft open en ook op te vatten als een combinatie van twee schrifturen, van letters en lijnen.
Rechts van de Breathshaper en een earspeculum, die de ruimte in het oor auditief verkent, ligt een ocarina, een blaasinstrument in de vorm van een ganzenei. De binnenruimte wordt hoorbaar als de kunstenaar erop blaast. Zij vat deze sculpturale werken eerder op als ruimtelijke tekeningen.Naast het fysieke meten gaat het ook om moeilijker te benoemen, eerder sensuele zaken, in de vormen of in het feit dat sommige werken ook gebruikt worden in performances en een direct fysieke relatie met het lichaam aangaan, ook het begrip extase, het buiten het lichaam lijken te treden, iets wat je tegenkomt in mystieke tradities, speelt een rol.
We blijven in de buurt van het Spaarne:
III Boek: De voorbeeldige opvoeding van Frida Wolf van Maria Kager
Het boek gaat over een opmerkelijke jeugd in de schaduw van de Koepelgevangenis in Haarlem.
< > Zelf heb ik de Koepelgevangenis bezocht in het kader van onderzoek voor twee publicaties over de Spaarnoog- en de Damaststraat en omgeving: Een eiland in het Spaarne en de 100 opdrachtgevers van Subash Taneja, over de markante wijk naast ‘de Koepel’.
De hele buurt werd gesloopt en opnieuw opgebouwd naar een ontwerp van architect Taneja. Daarbij moesten de bewoners eerst ‘uitverhuizen’ en vervolgens ‘terugverhuizen’. Grafisch ontwerper Debbie Saul en ik maakten niet alleen deze twee boeken (in opdracht Elan Wonen en Taneja Hartsuyker Architecten) maar ook een liftgedicht (over het uitzicht dat lang uit zicht was en waarbij de verbroken horizon gedicht werd), zogenoemde ‘palimpsest-tegels’ met het stratenplan, dat onveranderd was gebleven en een smartlap om woorden te geven aan de emoties waarmee een en ander gepaard ging. Tot slot maakten we in het ABC Architectuurcentrum een tentoonstelling over de sloop, ‘van metselverband tot verdwijnpunt’. Daartoe gingen we maandenlang elke ochtend op maandag om 10 uur polshoogte nemen in de buurt en volgden we de ontluisterende aftakeling van week tot week. Tot de laatste, aangetaste, paal boven water kwam. In de tentoonstelling was te zien hoe de buurt binnenstebuiten was gehaald; dakpannen lagen in het interieur, deuren op straat en de gordijnen waaiden van binnen naar buiten door de gebroken vensters. De tentoonstelling was opgebouwd als een archief vol herinneringen. De gevonden voorwerpen konden door de rechtmatige eigenaars worden afgehaald. Hekken, tentslotte, sloten het verleden voorgoed af. We interviewden de bewoners over hun verhouding met het fenomeen koepelgevangenis: ‘In de tien jaar dat ik er woon, heb ik wel drie keer een helikopter boven de wijk zien zoeken naar een ontsnapte gevangene’.
Een bewoonster vond het jammer dat ze net zwangerschapsverlof had, toen haar sportteam de gevangenis van binnen mocht bekijken. ‘Ik had wel eens binnen willen kijken bij deze buren’. Iemand zei dat hij bij een voetbalwedstrijd pas de televisie aandeed als hij hoorde juichen in de koepel ‘dan was ik net op tijd voor de herhaling van het doelpunt’.
In het essay ‘Centroscopie’ dat ik voor Decorum schreef vergeleek in deze panopticumgevangenis met het Pantheon (de mooiste plek is het gat bovenin de koepel), het mausoleum van Halicarnassus en het labyrint van Daedalus, de Minotaurs, Ariadne en Theseus. Die laatste betrad het labyrint als een gevangene, gekluisterd aan de kluwen draad die als een bol, die hij aan zijn enkel had gebonden, achter hem aan danste. Het andere uiteinde had hij aan de ingang van het labyrint bevestigd. Die draad zou de geheimzinnige plattegrond van het bouwwerk blootleggen. De kern van het verhaal wordt ons nooit verteld. De essentie wordt aan de verbeelding overgelaten. Met de bloedende kop van het monster in zijn ene hand en de draad in de andere kwam Theseus na wat voor Ariadne een eeuwigheid had geleken weer uit het labyrint tevoorschijn. Bevrijd.
Herman Kern stelt in zijn befaamde studie van het labyrint dat de draad van Ariadne vruchteloos is omdat Theseus die alleen maar gebruikt om uit het labyrint te geraken nadat hij eerst probleemloos het centrum had gevonden. Als we daarentegen uitgaan van Theseus’ centroscopie zocht hij dat centrum niet op maar benaderde hij het slechts en liet hij het centrum als het ware naar hem toe komen door de Minotaurus al zingend te lokken, niet wetende of het zijn zwanenzang zou worden. Labyrintmuziek. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Bach schreef in 1705 een stuk met de titel Kleines Harmonisches Labyrinth, een jeugdwerk. De misleidende structuur en de steeds terugkerende wendingen leiden tot verlies aan oriëntatie. De compositie eindigt echter in een klaarblijkelijke bevrijding.
‘Architecture is like a lead ball chained to a prisoner’s leg: to escape he has to get rid of its weight.’ Rem Koolhaas and Bruce Mau, S, M, L, XL, p. xix.
Mooi en groots en o zo oud, is het niet het goud op de wanden dat imponeert, niet de cassettes die het geluid opvangen, niet de akoestiek. Evenmin zijn het de stenen van meer dan tweeduizend jaar geleden. Het mooiste van het Pantheon, dat is haar hemelpoort. Het gat daarboven naar het licht, de lucht. Toegangspoort van de goden. Een plek van uitwisseling. Het gat, het niet gebouwde, opengelaten op het meest kwetsbare punt van het gebouw, het is de opening die ontroert. Verdwijnpunt van blikken. Alleen onze zintuigen die ver reiken, het gezicht en het gehoor, alleen zij mogen passeren door die heilige poort. Het Pantheon is de mooiste omlijsting ooit gebouwd voor het aanschouwen van de hemel.”
“In het centrum van een panopticum voel je de aanwezigheid van het alziende oog, zoals in de bekende tekening van Ledoux een heel theater culmineert in een oog. Het is de blik van de architect… de scheppende blik. In het hart moet de verbeelding aan het werk.
Geplaatst inUncategorized|Reacties uitgeschakeld voor ZINE #3
Delicately Sculpted by Nature Een vliesvleugelig wezen op de olijf (mimicry!) (afb. 1), die even zomergast was in de tuin en nu weer prijkt op mijn balkon met aan zijn voeten gezelschap van de Oost-Indische Kers, voorzien van regenparels (afb. 3) Een eikenblad dat halverwege is blijven steken in zijn val omlaag (afb. 4). Sloot gezien door een met condens bedekt keukenraam (afb. 2).
Inhoud Foto’s Voorwoord Citaat < > Verborgen Zone (terugkijken en vooruitkijken) NI Tuinen van de toekomst Tips: film: Here tijdschrift: Pleasant Place expositie: Shape of the Heart Fish~Tail: Aline Thomassen Momentopname
Voorwoord Het is februari. Talloze bollen van anemonen, lelies en kievitsbloemen, liggen nog rustig onder de grond en in mij huist een enorm verlangen naar de bloei. Deze tweede editie van ZINE heeft als thema ‘Delicately Sculptured by Nature’ en gaat over ideale en fysieke tuinen, een verborgen zone, zoöps, vormgevend beheer en de soortenrijkdom van de volkstuin.
Citaat “De tuin als menselijke schepping is een metafoor van de kunst…”, aldus Gerrit Komrij in zijn Huizingalezing uit 1990, Over de noodzaak van tuinieren, p. 24.
Tegenwoordig zien we tuinen en parken meer als een ‘samenwerking’ tussen de mens en andere soorten.
< > Verborgen Zone Tijdens mijn afstuderen werkte ik vaak in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Op een dag hoorde ik, in deze stilteruimte, een bibliotheekmedewerker aan de telefoon struikelen over de titel van mijn scriptieonderwerp: “hyp, hypneroto, Poliphili? “
Ik aarzelde geen moment. Ik had nog niemand ontmoet die de Hypnerotomachia Poliphili gelezen had. Ik gebaarde wat en fluisterde snel iets tegen de medewerker en toen kreeg ik Ashok Bhalotra aan de lijn, de architect voor wie ik een aantal publicaties zou maken. Over Ruigoord en de ideale bibliotheek maar eerst over Kattenbroek.
Twaalf kunstenaars hadden de opdracht gekregen een werk te maken voor de Verborgen Zone, in het hart van de Amersfoortse nieuwbouwwijk Kattenbroek. Het werd een deels ommuurde en langgerekte tuin die een symbiose tussen architectuur, stedenbouw, landschap, kunst en bewoners tot stand bracht – waarbij traditionele grenzen vervaagden. Nog voordat de architecten bekend waren, lag er een poëtisch programma van eisen voor de kunstwerken op basis van dat vijftiende eeuwse Italiaans boek; de Hypnerotomachia Poliphili. Kunst in de openbare ruimte werd hier dan ook geen toevoeging achteraf maar was volledig geïntegreerd in de omgeving. Bhalotra benadrukte het idee van de Verborgen Zone als een tuin, waar je verrast en verleid wordt door kunstwerken die je wandeling markeren, net als bomen of open plekken en waar al je zintuigen worden aangesproken door de vormen van de planten, de kleuren van de bloemen, de geuren die ze voortbrengen; van het gezang van vogels en het geluid van water.
De kunstwerken worden net als de prille gewassen van de lente, beschermd door de zogenoemde muurhuizen.
Het ging bij mijn onderzoek vooral om ‘het eiland als metafoor van verlangen’. Dat eiland, Cythera genaamd, was de bestemming van de zoektocht van Poliphilo.
De Hypnerotomachia Poliphili, is een van de eerste gedrukte Italiaanse boeken uit 1499, kunsttraktaat en roman ineen. Voorbeeld voor talloze (Renaissance)tuinen en dus ook voor de Verborgen Zone van Bhalotra, die rondom een groenstrook met volwassen bomen en een kreek een nieuwbouwwijk bouwde. In deze natuurlijke omgeving verrezen kunstwerken, geïnspireerd op de droom van Poliphilo.
Moskito Film maakte een documentaire over zijn Verborgen Zone en Irma Boom een boek, waarin ik de relatie tussen het aloude traktaat en de hedendaagse kunstwerken beschreef: Kattenbroek
25 jaar na dato, in coronatijd, maakte ik een tentoonstelling met onder meer Joseph Semah in het Haarlemse Paviljoen Welgelegen en werkte ik in de tuin van David Veldhoen, de kunstenaar die, net als ik voor mijn scriptie, het eiland Cythera tot uitgangspunt bleek te hebben genomen voor zijn werk in Kattenbroek. Ik schreef een hoofdstuk voor een boek over een project van Hans van Lunteren, die in de Verborgen Zone een monument voor het water heeft gemaakt. Ze zijn allemaal nog te bezoeken in het Amersfoortse Kattenbroek: het eiland van Veldhoen, de monumentale opengeslagen boeken van Semah en de waterbron van Van Lunteren. Evenals het werk van Kazuo Katase, een klein zwart gebouw zonder dak, waarin een boom groeit. Het is een plek die je alleen in je gedachten kunt bezoeken en niet kunt betreden of toe-eigenen.
‘Nieuwe Grond voor de kunst’ heet de kunsthistorische verhandeling die ik voor Hans van Lunteren en Jap Sam Books schreef voor het boek over vijftig jaar Sjanghai Park.
In 1969 had een groep jonge beeldhouwers de beschikking gekregen over een strook grond in de Utrechtse wijk Overvecht. Hun materiaal bestond niet uit brons of roestvrijstaal, maar uit zaailingen, aarde, heesters en bomen. Samen met een socioloog en omwonenden zetten zij een dynamisch project in gang. Een halve eeuw later blijkt het nog altijd een vruchtbaar initiatief dat zijn sporen heeft nagelaten. Een toevluchtsoord waarbij de aandacht voor het alledaagse leidde tot ‘geworteld wonen’, tot een plek van betekenis. Vormgevend beheer, waarbij het inspelen op olifantenpaadjes en spontaan opgekomen zaailingen, richtinggevend was.
Sjang Hai Park is door Caroline de Lint vormgegeven als een wandeling, spreads van foto’s omgeven de teksten aan het begin en het eind, en je kunt zelf een boomblad of een bloem naar keuze ‘afdrukken’ op het lichtgevoelige voorblad – door ze samen in de zon te leggen.
De zaailing is uitgegroeid tot een boom met talloze vertakkingen. Het gesprekje in de KB met Bhalotra leidde tot meerdere publicaties en projecten met de deelnemende kunstenaars aan de Verborgen Zone.
Dit wordt het zesde jaar dat we deelgenoten zijn van de tuin van David Veldhoen. Hij houdt een lijst bij van alle soorten in en om zijn perceel in een Amsterdams volkstuincomplex, die is gepubliceerd in Forum 7 (maart 2023). Arbores en Aves (van blauwe reiger (Gijs) tot winterkoning), tientallen soorten bijen en, helaas ook, wespen en de (een?) bruine rat (Roel). De Ginkgo en de gehakkelde aurelia behoren tot mijn favorieten, net als de schrijvertjes in de vijver en de bodembedekker slaapkamergeluk. De lijst eindigt met de zwavelmelkbekerzwam en de (gedresseerde hommelbij-) zweefvlieg – maar blijft zich uitbreiden.
Voor het getijdenproject van Veldhoen bezochten we Dungeness, de onwaarschijnlijke plek waar Derek Jarman zijn tuin vormgaf op een kiezelstrand aan de kust bij het Engelse Kent, in het licht van een kerncentrale. Het zwartgeteerde vissershuisje met gele kozijnen wordt omgeven door klaprozen en zeekool, kleurige stekelige planten en assemblages van drijfhout. Geen hekwerk rondom maar weidsheid: ‘My garden’s boundaries are the horizon’, aldus Jarman. Zijn ‘aantekeningen uit de tuin aan de rand van het bestaan’ zijn onlangs vertaald en uitgegeven door Das Mag. De boekband is voorzien van te ontkiemen zaadjes en kun je zelf planten.
De tuin van Jarman speelt een belangrijke rol in de tentoonstelling in het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Tuinen van de toekomst. Ontwerpen met de natuur is te zien t/m 13 april 2025.
Uitgangspunt is de tuin van het museum zelf. Het Nieuwe Instituut is de eerste officiële zoöp, een organisatie waarin zowel mensen als niet-mensen, zoals planten en dieren, samenwerken. Dit komt ook tot uiting in de Nieuwe Tuin, als proeftuin voor experimenten op het gebied van biodiversiteit, sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid. Je kunt een A3 vel meenemen met 16 punten waarin de tuin wordt ‘ontleed’, in tekst en beeld. Denk aan regenwater, bomen, watervogels, groene algen, ‘aangewaaide’ planten en insecten – een gelaagd beeld van de zaken die komen kijken bij het tuinieren in samenwerking met andere soorten en fenomenen.
‘Other species’ speelde ook een belangrijke rol in het Other Futures Festival van Brigitte van der Sande, met onder meer Donna Haraway en Zheng Bo, die ‘multi species relationships’ wil entameren.
Bij al deze samenwerkingsvormen, van het ‘vormgevend beheer’ van Van Lunteren tot het ‘daten ‘met een plant van Zheng Bo, gaat het om een toenemende wisselwerking.
We’re not alone…
TIPS 1. Film Here (regisseur Bas Devos) over de Roemeense bouwvakker Stefan (Gota), die op het punt staat de stad Brussel te verlaten om terug te keren naar zijn thuisland, en de Belgisch-Chinese Shuxiu (Gong), die onderzoek doet naar mos. De bijna plotloze film is van een verrukkelijke traagheid waardoor je het wandelen en bestuderen van de mossen in de groenstroken in een rauw stuk van Brussel aan den lijve ervaart.
2. Tijdschrift: Pleasant Place, een fijne verzameling tijdschriften (en een encyclopedisch werk in wording) over de kunst van tuinieren, over omheiningen, Oost-Indische kers, compost en de artistjok, om enkele edities te noemen.
3. Expositie: Kunstmuseum Den Haag, Aline Thomassen, Shape of the Heart. Over het bloeien en vloeien van de meer dan levensgrote lichamen van de hand van Thomassen, die onlangs de Haagse Ouborg Prijs won. Een sterke tentoonstelling met veel prachtig (en ook veel nieuw) werk.
Dit sluit aan bij de in de eerste editie geïnitieerde rubriek van de Fish~Tail
Het ‘haakje’:
Aline Thomassen, Z.T. De Vishal, Inter-esse, 27 juli t/m 1 september 2024
Het ‘staartje’:
Idem, Kunstmuseum, Shape of the Heart, 29 november 2024 t/m 30 maart 2025
Momentopname Geen fossiel van een varen Het is de schaduw die een stengel werpt en levend groen paart aan besloten zwart op steen
Zodra de wind vat krijgt op de bladeren ze in beweging brengt lost de geschiedenis op in het nu ligt er nog niets vast is alles nog in staat van verandering
ZINE is een nieuw digitaal schrijven over kunst en cultuur dat het midden houdt tussen een klein magazine en een brief met inspiratie en verdieping voor het oog en ander tuig der zinnen.
ZINE wordt met enige regelmaat aangekondigd op LinkedIn – onder mijn eigen naam: Renée Borgonjen – en gepubliceerd op mijn website: reneeborgonjen.nl
Vanuit Amsterdam opereer ik als tentoonstellingsmaker en kunsthistoricus. Ik schrijf artikelen en essays en ben artistiek coördinator van De Vishal.
In ZINE zal ik schrijven over fluïde overgangen tussen binnen en buiten, kunst en architectuur, wetenschap en kunst, kunst en de openbare ruimte, kunst en cultuurgeschiedenis.
Soms kom ik op het spoor van verhalen die een gebouw of een schilderij tot leven brengen, de geschiedenis voelbaar maken. Ook daarvan zal ik berichten. Mijn favoriete woord is mogelijkheidszin (Robert Musil, Der mann ohne Eigenschaften); het kan dus nog alle kanten op.
Mogelijkheidszin is ook wat ik jou en de wereld toewens voor 2025. Er zijn veel omwentelingen nodig. “Cambiare il mondo”, zoals Michelangelo Pistoletto verkondigt. De kracht van kunst is daarbij niet te onderschatten.
Tot gauw, tot ZINES!
Renée
INHOUD
Voorwoord
Tips Wanderlust van Rebecca Solnit, essays Perfect Days van Wim Wenders, film Eno, documentaire over Brian Eno van Gary Hustwit Catharinakapel, beschilderd door Hans Truijen
Citaat
Artikelen Fish~Tale 1. Liberté! Ary Scheffer en de Franse Romantiek, tentoonstelling Fish~Tale 2, De roep van de o,o. Natuur onder druk, tentoonstelling
Perfect Days Beeldschone film. Twee keer gezien. De levenskunst, de sobere rituelen, de schaduwen, de muziek en de architectuur (nota bene van wc-gebouwen). Indrukwekkender dan Napoleon een film uit dezelfde periode. Een parel van Wim Wenders.
Hier en daar nog in de bioscoop en ook bij online filmhuis Picl te zien.
Eno Ge-wel-di-ge documentaire over Brian Eno die, onder meer als producer, aan de basis stond van de muziek van Roxy Music, David Bowie en U2. De man van de Oblique Strategies en een levenskunstenaar die zijn hoop richt op kunst in een tijd waarin verandering op bijna elk vlak noodzakelijk is. En, op verzoek van Eno, generatieve compositie waarvan elke vertoning anders is.
Afgelopen jaar de Catharinakapel in Lemiers weer bezocht. Beschilderd in 1978 door Hans Truijen, de tweelingbroer van mijn schoonvader. Na bijna 50 jaar en een grootscheepse restauratie is deze ruimte nog even indrukwekkend en wonderschoon. Op afspraak te bezoeken.
CITAAT
Laten we met Stefan Zweig afdalen naar de diepste bronnen van onze geest, de onderaardse galerieën van ons gevoel waar ons atelier huist, onze binnenwereld die nooit eentonig is en altijd in staat is tot vernieuwing:
… il gît au plus profond des puits de l’esprit, dans les galeries soutterraines des sentiments, il se tient trop loin des rues, trop loin du confort. Ici, dans l’élément éternellement transformé et toujours prompt au renouvellement, une infinie variété attend les volontaires: voici notre atelier, notre monde à nous, qui ne sera jamais monotone.
Stefan Zweig, L’Uniformisation du monde, p. 47.
Het haakje: Ivan Toergenjev met Pauline en Louis Viardot (2020) Kunstenaar: Emo Verkerk Expositie: Inter-esse Curator: Renée Borgonjen Was te zien in de Vishal van 27 juli t/m 1 september 2024
Het staartje: Het bekendste portret van Pauline Viardot is geschilderd door Ary Scheffer en is te zien in de tentoonstelling Liberté! Ary Scheffer en de Franse Romantiek met werk van onder meer Géricault, Ingres en Delacroix, t/m 23 maart 2025 in het Dordrechts Museum. Alle maandagen, eerste kerstdag en nieuwjaarsdag gesloten. (Bijna) gratis toegankelijk met een Museumkaart (toeslag van 4 euro).
Van Emo Verkerk waren er twee portretten te zien in de expositie Inter-esse. Of eigenlijk vier want in het portret van Toergenjev heeft hij twee kleinere portretjes verwerkt. Een medaillon, van zijn geliefde Pauline Viardot en, op de tafel, een portret van haar echtgenoot Louis. Dat roept vragen op. Pauline Viardot en Toergenjev hadden een levenslange amoureuze vriendschap en vormden de kern van een Europese kunstwereld waar musici schrijvers en schilders samenkwamen in salons, met name in Parijs, maar ook in Londen, het Duitse Baden Baden en St Petersburg. Orlando Figes schreef erover in Europeanen, het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur. In dit boek wordt de periode van de Romantiek tot leven gewekt.
Pauline Viardot en Toergenjev waren zeer goed bevriend met Ary Scheffer, de in Dordrecht geboren schilder die in 1811 al op jonge leeftijd naar Parijs vertrok, samen met zijn moeder en zijn broers en opgeleid werd aan de Ecole des Beaux-Arts waar hij onder meer Géricault en Delacroix ontmoette. Het werk van al deze kunstenaars is prominent aanwezig in het Louvre. Veel van het werk in de tentoonstelling, waaronder Scheffers portret van Pauline Viardot, hangt normaliter in het Musée de la Vie Romantique*, het oude woonhuis van Scheffer aan de Rue Chaptal, in het destijds nieuwe kunstenaarskwartier la Nouvelle Athènes, in het 9e arrondissement aan de voet van de Montmartre, waar hij salons organiseerde en Pauline piano speelde en zong. Want alle disciplines kwamen destijds aan bod en beïnvloedden elkaar. Schrijvers als Toergenjev uit Rusland, zangeressen als Viardot uit Frankrijk, woonden en werkten in verschillende Europese steden. Hun boeken en muziekstukken verspreiden zich al net zo snel als zijzelf vanwege de opkomst van de trein en van drukwerk.
In de tentoonstelling in Dordrecht is onder meer een ontroerend portret te zien van een jonge Géricault op zijn doodsbed. Scheffer schilderde op de muur achter het bed de schetsen van Géricaults befaamde Vlot van de Medusa, met de stervende schipbreukelingen. Scheffer had die schetsen van Géricault gekocht. Je herkent dezelfde dynamiek in zijn schilderij De vrouwen van Souli. Een hoogtepunt in de tentoonstelling wordt gevormd door de verschillende werken over Francesca da Rimini en (haar zwager) Paolo Malatesta, die figureren in de Divina Commedia van Dante. Dante beschrijft hoe hij de twee samen met Vergilius ontmoet tijdens hun goddelijke reis, en wel in de hel. Het gaat hierom overspel. En de koppelaar was een boek. (Galeotto fu’ il libro e chi lo scrisse). (Samen) lezen is niet zonder gevaar. Het is wat mij betreft een van de mooiste passages uit de Divina Commedia. De tragische geliefden zijn voor eeuwig verdoemd in helse cirkelen rond te draaien, gekluisterd aan elkaar – dat dan weer wel. Dante schrijft dat hij zo ontroerd was door het verhaal dat Francesca hem ter plekke wist te vertellen, dat hij spontaan onderuitging (e caddi, come corpo morto cade). In de tentoonstelling in Dordrecht zie je verschillende stadia van dit verhaal, verbeeld in de schilderijen van respectievelijk Ingres, die wel zeven versies maakte en van wie hier het schilderij hangt waarop het moment is afgebeeld dat het boek uit de handen van Francesca glijdt als zij zich overgeeft aan de toenaderingen van Paolo (circa 1815). Ary Scheffer kiest voor een dramatischer moment en beeldt ze (naakt) af als de eeuwig ronddraaiende geesten waartoe ze zijn verworden (1854).
Aan het einde van de tentoonstelling kun je tekenen in de traditie van de École des Beaux-Arts. Er staan schildersezels (en lichtbakken) waar je met voorbeelden uit de tentoonstelling zelf aan de slag kunt. Voor degenen die dat niet gewend zijn: daar ga je echt veel beter van kijken.
*langdurig gesloten in verband met een grootscheepse verbouwing
Natuurlijk kun je iets drinken en eten in het museum maar veel leuker is het om naar Villa Augustus te gaan voor een drankje en een hapje en een wandeling in de moestuin. De aangrenzende winkel met boeken en groenten is een lust voor het oog en alle andere zintuigen. Hier is ook het boek van Orlando Figes verkrijgbaar.
Fish~Tail 2
Het haakje: Betula pendula, Quercus rubra (2023) Kunstenaar: Milah van Zuilen Expositie: Squaring the Circle Curatoren: Annesas Appel en Bas Lafleur Was te zien in de Vishal van 23 maart t/m 28 april 2024
Het staartje: Een ander exemplaar van deze serie (als je goed kijkt, zie je dat ze verschillen) is thans te zien in de tentoonstelling De roep van de o,o. Natuur onder druk, t/m 26 januari te zien in het Allard Pierson Museum aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam. Alle maandagen, Eerste Kerstdag en Nieuwsjaarsdag gesloten, gratis toegankelijk met een Museumkaart
De dodo is geen onbekende maar de eveneens uitgestorven kauai o’o (zijn gefluit begeleid je bij binnenkomst van de tentoonstelling) en de quagga, een bruinbeige steppezebra, waren nieuwvoor mij. In zuidelijk Afrika werd dit dier intensief bejaagd. De laatste exemplaren bevonden zich in Europese dierentuinen. Het thans opgezette exemplaar in de tentoonstelling stierf in 1883, in de stallen onder de Artis Bibliotheek.
De prenten en boeken die je hier als bezoeker te zien krijgt, tonen de enorme rijkdom der soorten evenals die van de collectie van het Allard Pierson. En de opengeslagen pagina’s vormen nog maar het topje van de ijsberg.
Rond 1800 beklom Alexander von Humboldt Chimborazo, een dode vulkaan in Ecuador, om teonderzoeken wat er groeide en bloeide op verschillende hoogtelijnen. In zijn spectaculaire natuurschildering zijn de onderzoeksresultaten zijn verwerkt. Door de opwarming van de aarde zijn die grenzen inmiddels behoorlijk opgeschoven. Over het avontuurlijke leven van deze ‘uitvinder van de natuur’ schreef Andrea Wulf een lijvige biografie, die je meevoert door de beideAmerika’s en Rusland.
Voordat er sprake is van onderzoek gaat het vooral om verwondering. Van de achttiende eeuwse ‘Natuurkundige beschryving eener uitmuntende verzameling van zeldsaame gedierten’ van Arnout Vosmaer – over de menagerie van Willem V, waaronder de zogenoemde mormeldieren, tot de ‘Merkwaardigheden’ die te zien waren in de herberg van Blaauw Jan. Afwijkende mensen zoals de reusachtige Cajanus (‘acht Amsterdamsche voeten en 9 duim hoog’) spraken evenveel tot de verbeelding als struisvogels, leeuwen en andere ‘Gediertens’. Cajanuskenner. Collega Miranda Prins weet Cajanus ook in Haarlem te vinden!
De wetenschap is ook niet zaligmakend. In Betula pendula, Quercus rubra (2023) toont Milah van Zuilen een collage van boombladeren en boomschors van de ruwe berk en de Amerikaanse eik, in de door de mens opgelegde vierkante vormen. Kun je de natuur wel in hokjes vangen en categoriseren, zoals te doen gebruikelijk sinds Linnaeus? Ik was verrast opnieuw oog in oog te staan met het werk van Milah, dat te zien was in de tentoonstelling Squaring the Circle, in de Vishal.
Bij Ernst Haeckel is de grens tussen kunst en wetenschap vloeibaar. De litho’s in zijn Kunstformen der Natur (1899) zijn van een grote schoonheid en Haeckel maakte de wonderbaarlijke elementen uit de natuur nog nét iets mooier dan de werkelijkheid. Des te aangrijpender om die schoonheid teloor te zien gaan.
Als je de flamingo’s in Artis een tijdje observeert, zie je dat ze onder hun oranjeroze verenkleed zwarte veren verbergen als een soort lingerie. De flamingo die Mark Dion toont in de expositie is helemaal zwart, van de teer, en werpt een nog donkerder schaduw op de muur. Aristoteles plaatste de mens aan het hoofd van de ladder der natuur. Ook in de bijbel, in Genesis, staat het zo beschreven. Met alle gevolgen van dien. Omdat alles met elkaar verweven is, bedreigen we met ons gedrag niet alleen andere soorten of ecosystemen maar uiteindelijk ook onszelf. Kunst biedt niet alleen verwondering en schoonheid maar ook hoop, omdat kunstwerken in staat zijn je blik te kantelen. En dat ervaar je aan den lijve in deze tentoonstelling.
In 2025 start ik, naast mijn werkzaamheden voor De Vishal, met een nieuwsbrief over de kracht van kunst. Speciaal voor de baliemedewerkers van De Vishal schreef ik een voorproefje in de vorm van twee zogenoemde Fish~Tails. Een fijne en inspirerende wintertijd!
Fish~Tail 1
het haakje: Ivan Toergenjev met Pauline en Louis Viardot (2020) Kunstenaar: Emo Verkerk Expositie: Inter-esse Curator: Renée Borgonjen Was te zien in de Vishal van 27 juli t/m 1 september 2024
het staartje: Het bekendste portret van Pauline Viardot is geschilderd door Ary Scheffer en is te zien in detentoonstelling Liberté! Ary Scheffer en de Franse Romantiek met werk van onder meer Géricault, Ingres en Delacroix, t/m 23 maart 2025 in het Dordrechts Museum. Alle maandagen, eerste kerstdag en nieuwjaarsdag gesloten. (Bijna) gratis toegankelijk met een Museumkaart (toeslag van 4 euro).
Van Emo Verkerk waren er twee portretten te zien in de expositie Inter-esse. Of eigenlijk vier want in het portret van Toergenjev heeft hij twee kleinere portretjes verwerkt. Een medaillon, van zijn geliefde Pauline Viardot en, op de tafel, een portret van haar echtgenoot Louis. Dat roept vragen op. Pauline Viardot en Toergenjev hadden een levenslange amoureuze vriendschap en vormden de kern van een Europese kunstwereld waar musici schrijvers en schilders samenkwamen in salons, met name in Parijs, maar ook in Londen, het Duitse Baden Baden en St Petersburg. Orlando Figes schreef erover in Europeanen, het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur. In dit boek wordt de periode van de Romantiek tot leven gewekt.
Pauline Viardot en Toergenjev waren zeer goed bevriend met Ary Scheffer, de in Dordrecht geboren schilder die in 1811 al op jonge leeftijd naar Parijs vertrok, samen met zijn moeder en zijn broers en opgeleid werd aan de Ecole des Beaux-Arts waar hij onder meer Géricault en Delacroix ontmoette. Het werk van al deze kunstenaars is prominent aanwezig in het Louvre. Veel van het werk in de tentoonstelling, waaronder Scheffers portret van Pauline Viardot, hangt normaliter in het Musée de la Vie Romantique*, het oude woonhuis van Scheffer aan de Rue Chaptal, in het destijds nieuwe kunstenaarskwartier la Nouvelle Athènes, in het 9e arrondissement aan de voet van de Montmartre, waar hij salons organiseerde en Pauline piano speelde en zong. Want alle disciplines kwamen destijds aan bod en beïnvloedden elkaar. Schrijvers als Toergenjev uit Rusland, zangeressen als Viardot uit Frankrijk, woonden en werkten in verschillende Europese steden. Hun boeken en muziekstukken verspreiden zich al net zo snel als zijzelf vanwege de opkomst van de trein en van drukwerk.
In de tentoonstelling in Dordrecht is onder meer een ontroerend portret te zien van een jonge Géricault op zijn doodsbed. Scheffer schilderde op de muur achter het bed de schetsen van Géricaults befaamde Vlot van de Medusa, met de stervende schipbreukelingen. Scheffer had die schetsen van Géricault gekocht. Je herkent dezelfde dynamiek in zijn schilderij De vrouwen van Souli. Een hoogtepunt in de tentoonstelling wordt gevormd door de verschillende werken over Francesca da Rimini en (haar zwager) Paolo Malatesta, die figureren in de Divina Commedia van Dante. Dante beschrijft hoe hij de twee samen met Vergilius ontmoet tijdens hun goddelijke reis, en wel in de hel. Het gaat hierom overspel. En de koppelaar was een boek. (Galeotto fu’ il libro e chi lo scrisse). (Samen) lezen is niet zonder gevaar. Het is wat mij betreft een van de mooiste passages uit de Divina Commedia. De tragische geliefden zijn voor eeuwig verdoemd in helse cirkelen rond te draaien, gekluisterd aan elkaar – dat dan weer wel. Dante schrijft dat hij zo ontroerd was door het verhaal dat Francesca hem ter plekke wist te vertellen, dat hij spontaan onderuitging (e caddi, come corpo morto cade). In de tentoonstelling in Dordrecht zie je verschillende stadia van dit verhaal, verbeeld in de schilderijen van respectievelijk Ingres, die wel zeven versies maakte en van wie hier het schilderij hangt waarop het moment is afgebeeld dat het boek uit de handen van Francesca glijdt als zij zich overgeeft aan de toenaderingen van Paolo (circa 1815). Ary Scheffer kiest voor een dramatischer moment en beeldt ze (naakt) af als de eeuwig ronddraaiende geesten waartoe ze zijn verworden (1854).
Aan het einde van de tentoonstelling kun je tekenen in de traditie van de École des Beaux-Arts. Er staan schildersezels (en lichtbakken) waar je met voorbeelden uit de tentoonstelling zelf aan de slag kunt. Voor degenen die dat niet gewend zijn: daar ga je echt veel beter van kijken.
*langdurig gesloten in verband met een grootscheepse verbouwing
Natuurlijk kun je iets drinken en eten in het museum maar veel leuker is het om naar Villa Augustus te gaan voor een drankje en een hapje en een wandeling in de moestuin. De aangrenzende winkel met boeken en groenten is een lust voor het oog en alle andere zintuigen. Hier is ook het boek van Orlando Figes verkrijgbaar.
het staartje: Een ander exemplaar van deze serie (als je goed kijkt, zie je dat ze verschillen) is thans te zien in de tentoonstelling De roep van de o,o. Natuur onder druk, t/m 26 januari te zien in het Allard Pierson Museum aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam. Alle maandagen, Eerste Kerstdag en Nieuwsjaarsdag gesloten, gratis toegankelijk met een Museumkaart
De dodo is geen onbekende maar de eveneens uitgestorven kauai o’o (zijn gefluit begeleid je bij binnenkomst van de tentoonstelling) en de quagga, een bruinbeige steppezebra, waren nieuwvoor mij. In zuidelijk Afrika werd dit dier intensief bejaagd. De laatste exemplaren bevonden zich in Europese dierentuinen. Het opgezette exemplaar in de tentoonstelling stierf in 1883, in de stallen onder de Artis Bibliotheek.
De prenten en boeken die je hier als bezoeker te zien krijgt, tonen de enorme rijkdom der soorten evenals die van de collectie van het Allard Pierson. En de opengeslagen pagina’s vormen nog maar het topje van de ijsberg.
Rond 1800 beklom Alexander von Humboldt Chimborazo, een dode vulkaan in Ecuador, om teonderzoeken wat er groeide en bloeide op verschillende hoogtelijnen. In zijn spectaculaire natuurschildering zijn de onderzoeksresultaten zijn verwerkt. Door de opwarming van de aarde zijn die grenzen inmiddels behoorlijk opgeschoven. Over het avontuurlijke leven van deze ‘uitvinder van de natuur’ schreef Andrea Wulf een lijvige biografie, die je meevoert door de beideAmerika’s en Rusland.
Voordat er sprake is van onderzoek gaat het vooral om verwondering. Van de achttiende eeuwse ‘Natuurkundige beschryving eener uitmuntende verzameling van zeldsaame gedierten’ van Arnout Vosmaer – over de menagerie van Willem V, waaronder de zogenoemde mormeldieren, tot de ‘Merkwaardigheden’ die te zien waren in de herberg van Blaauw Jan. Afwijkende mensen zoals de reusachtige Cajanus (‘acht Amsterdamsche voeten en 9 duim hoog’) spraken evenveel tot de verbeelding als struisvogels, leeuwen en andere ‘Gediertens’. Cajanuskenner. Collega Miranda Prins weet Cajanus ook in Haarlem te vinden!
De wetenschap is ook niet zaligmakend. In Betula pendula, Quercus rubra (2023) toont Milah van Zuilen een collage van boombladeren en boomschors van de ruwe berk en de Amerikaanse eik, in de door de mens opgelegde vierkante vormen. Kun je de natuur wel in hokjes vangen en categoriseren, zoals te doen gebruikelijk sinds Linnaeus? Ik was verrast opnieuw oog in oog te staan met het werk van Milah, dat te zien was in de tentoonstelling Squaring the Circle, in de Vishal.
Bij Ernst Haeckel is de grens tussen kunst en wetenschap vloeibaar. De litho’s in zijn Kunstformen der Natur (1899) zijn van een grote schoonheid en Haeckel maakte de wonderbaarlijke elementen uit de natuur nog nét iets mooier dan de werkelijkheid. Des te aangrijpender om die schoonheid teloor te zien gaan.
Als je de flamingo’s in Artis een tijdje observeert, zie je dat ze onder hun oranjeroze verenkleed zwarte veren verbergen als een soort lingerie. De flamingo die Mark Dion toont in de expositie is helemaal zwart, van de teer, en werpt een nog donkerder schaduw op de muur. Aristoteles plaatste de mens aan het hoofd van de ladder der natuur. Ook in de bijbel, in Genesis, staat het zo beschreven. Met alle gevolgen van dien. Omdat alles met elkaar verweven is, bedreigen we met ons gedrag niet alleen andere soorten of ecosystemen maar uiteindelijk ook onszelf. Kunst biedt niet alleen verwondering en schoonheid maar ook hoop, omdat kunstwerken in staat zijn je blik te kantelen. En dat ervaar je aan den lijve in deze tentoonstelling.
Koffie, thee en taartjes in de Espressobar / Museumwinkel met mooi uitzicht op het Rokin.Makkelijk te bereiken vanaf Amsterdam Centraal met tram 4 of 14 of de Noord-Zuidlijn, halte Rokin.
Op vrijdag 20 en zaterdag 21 januari 2023 vormt de Vishal het festivalhart van het gloednieuwe Haarlemse Boring Festival.
Voor vloeibare grenzen tussen binnen en buiten; tussen de Grote Markt en onze Grote Zaal – met vergezichten van Luuk Wilmering (Dutch Mountains) en Jurriaan Molenaar (Siena).
De openingstijden worden opgerekt tot middernacht (en daarna – de etalage, onze Kleine Zaal, is natuurlijk 24/7 te bewonderen).We omarmen alle disciplines in het veld en een meer divers publiek met fantastische muzikale acts waaronder Oorbeek, Lemu, Gita Buhari, Alice, Figi en Total Seclusion.
En natuurlijk met nog veel meer (gast)kunstenaars, binnen en buiten de Vishal.
Tijdens Boring tonen we blow ups van werk van Luuk Wilmering en Jurriaan Molenaar (zie afbeelding hierboven) – nieuw uitzichten en onvermoede vergezichten; op een Middeleeuwse stad voorzien van hedendaagse graffiti en op een berglandschap dat minder ver is dan je denkt
De Dutch Mountains van Luuk Wilmering maken deel uit van zijn project The importance of Wandering. Een panoramisch uitzicht biedt talloze keuzes om een (denkbeeldig) reis voort te zetten, maar tegelijkertijd het gevaar om de weg kwijt te raken en jezelf te verliezen De kunstenaar onderzoekt de grens tussen ‘zwerven’ en ‘verdwalen’ en speelt daarbij met fantasie en realiteit. De ‘berglandschappen’ zijn in collagetechniek samengesteld uit foto’s die de kunstenaar maakte van afvalhopen bij vuilverwerkingsbedrijven in de omgeving.
Voor Siena (2020 – origineel uit 1338 door Ambrogio Lorenzetti) bewerkte Jurriaan Molenaar een foto van de Middeleeuwse muurschildering in het Palazzo Pubblico in Siena. Digitaal verwijderde hij de mensen en ‘andere ruis’ uit het beeld. Vervolgens bracht hij op de lege plekken miniaturen aan van tags van hedendaagse wandschilders, de graffiti-schrijvers. Deze digitale versie wordt ter gelegenheid van Boring opgeblazen tot een bijna levensgroot formaat. Curator grote zaal: Renée Borgonjen
In de Kleine Zaal is 24/7 het werk van CellaVie L*A*B* (Marcella Kuiper en Albert Aarts) te bewonderen, waar licht reflecteert op de binnenkant van tientallen lampjes. Samen vormen ze iets wat zich nog het beste laat omschrijven als een op hol geslagen spiegelbol. De lampjes zijn eerder gebruikt voor exposities in de Vishal en krijgen tijdens Boring een tweede leven. Op de Grote Markt wijzen ze het publiek naar het festivalhart.
Zoals gebruikelijk is de toegang in de Vishal vrij en kun je ook deze dagen zo naar binnen lopen. Tot middernacht. En niet alleen voor de Jopenbar of een festivalbandje. Er zijn muzikale optredens op ons eigen Visfest-podium zoals Oorbeek. Daarnaast kun je optredens bijwonen van onder meer Figi, Gita Buhari, Achterlicht en Total Seclusion.
Verschillende Vishalleden laten hun werk zien op andere locaties in de stad. Zo is Ian Paul de Ruiter te zien in de Philharmonie; Federico Murgia in het Patronaat en Madelief van de Beek op verschillende verassende plekken in de openbare ruimte. Het werk van de deelnemende Vishalleden in de Kleine Zaal en op andere plekken in de stad is geselecteerd door Maarten Claus, Tonneke Sengers en Renée Borgonjen op basis van een open call.
Luuk Wilmering, de Vishal, Boring Festivalhart
visuals: Viktor Truijen
Geplaatst inUncategorized|Reacties uitgeschakeld voor De Vishal Festivalhart Boring – curator Grote Zaal met blow ups van Jurriaan Molenaar en Luuk Wilmering