
Herfstnummer
Met de herfst heb ik een ambivalente verhouding. Ik onderken de frisheid en de schoonheid (al die kleuren) van het seizoen maar voor mij is het ook een beetje ‘back to my window’ en wachten op de lente (daarin resoneert zowel een nummer van de band Venice als Beckett’s Godot). Hoewel het terugtrekken in het letterlijke en figuurlijke interieur ook fijn is met meer ruimte voor lezen, mijmeren en schrijven. Je binnenwereld vormgeven (en een vuurtje stoken).
Tentoonstellingen
In de nazomer heb ik twee tentoonstellingen samengesteld in de Vishal: Vice Versa III in de Grote of St. Bavokerk in Haarlem met werk van Florence Marceau-Lafleur, Frank Havermans, Lola Bezemer en Madelief van de Beek. De hyperlink naar de tentoonstellingspagina voert ook naar de trailer van de tentoonstelling.

Elke woensdagmiddag was ik daar de afgelopen tijd te vinden, voor het geven van rondleidingen en het controleren van verplaatsingen van het werk van Florence, net als vier jaar geleden bij het werk van Irene van de Mheen. Rara wie is daar toch voor verantwoordelijk?

Ik heb genoten van de uitvoering van een van mijn lievelingsstukken van Bach, BWV 639, uitgevoerd door stadsorganist Anton Pauw.
De Vice Versa expositie ging zoals altijd over de wisselwerking tussen hedendaagse kunst en de semi-openbare ruimte van de kerk, waardoor beide in een ander perspectief komen te staan en dit keer met name om de schaalverschillen tussen de afmetingen van de monumentale kerk en de kunstwerken in de nissen en kapellen die zich eerder verhouden tot de menselijke maat.
De tweede tentoonstelling loopt nog t/m 19 oktober: Oblique Strategies. Genoemd naar de iconische kaartenset die Brian Eno in samenwerking met Peter Schmidt samenstelde om het creatieve proces te beïnvloeden. Eno is zowel muzikant en muziekproducer als kunstenaar en activist, niet onbelangrijk in deze tijden. Hij organiseerde deze maand een Live Aid benefietconcert; Together for Palestine.
Oblique Strategies maakte deel uit van het Haarlem Vinyl Festival.
Ik vroeg vijf kunstenaars om mee te doen, drie Vishalleden: Lucas Hoeben, Marianne Lammersen en Olle Stjerne en daarnaast Karin Eliza van Pinxteren en Frank Havermans. Zijn monumentale sculptuur in de kooromgang van de Bavo vormde het scharnierpunt met het kleine model daarvan in de Vishal, te midden van tientallen andere modellen op een enorme display.

Als leidmotief is gekozen voor een werk van Van Pinxteren, een uitsnede van twee grote cirkels met letters, die visueel refereren als een dj-set van twee albums. Er is meer ruimtelijke poëzie van haar te zien in de expostie in verschillende hoedanigheden; van virtuele, fluorescerende gesprekken tot verticale schrifturen.Alle kunstenaars kozen een oblique strategy die Viktor Truijen vormgaf op grote kleurige stickers die op de door de Record Industry verkregen white albums van onbeschreven elpees zijn geplakt: een collectie virtuele albums, aangevuld met fictieve albumhoezen van onbestaande bands door Peter Stufkens.
Marianne Lammersen maakte speciaal voor de tentoonstelling het werk Towards Weightlessness dat uitgaat van een stoeptegel, die ongeveer dezelfde maat heeft als een albumhoes, en die langzamerhand zwaarte en functie verliest en oplost tot (de schaduw van) een spiraal. Daarnaast ferme torens van glas, waarvan er een gekanteld is en zijn zachte binnenruimte prijsgeeft. De niet te stoppen ontwikkeling van groei tegenover het menselijke verlangen naar vertraging.









Het werk van Lucas Hoeben verhoudt zich op metaniveau met het exposeren zelf, met de context van de kunst, met portretten van kunstenaars en met grafiet ingevulde contouren van plattegronden. Dit maal is naast een deel van het Rijksmuseum de plattegrond van de Vishal zelf te zien, rechtstreeks op de wand, evenals in snelle opvolging gebeamde plattegronden van Italiaanse kerken, waaronder de Santo Spirito in Florence met een van de oudste werken van Michelangelo, een houten Christusbeeld, dat nu zijn schaduw werpt op de muur aan de kerkzijde van van de Vishal. Laocöon en Paviljoen Welgelegen zijn ook aanwezig, respectievelijk vanuit diverse perspectieven en gekanteld en in contravorm. Het originele loden beeld van Laocöon staat in het Rijks en zo zijn er allerlei verbanden te scheppen en kunsthistorische verwijzingen te vinden in dit fijne werk dat sinds kort is uitgebreid met kleurige keramieken kralen aan leren koorden, die de tijd en de terugkeer naar verschillende plaatsen markeren. Video, beton, beeldhouwwerk, gips, keramiek, grafiet op wand en grafiet op tekening, gradaties van materie, van efemeer tot de zwaarte van ‘steen’.
Olle Stjerne maakte een installatie van de trappen die mij zo fascineerde tijdens mijn atelierbezoek aan hem. En een film voor in de zijruimte (en tijdens zijn performance). Alles old school, man made. Diep op zijn website vond ik ook een intrigerend nummer, dat hij samen met Till Hormann uitvoerde tijdens het Vinyl Festival, waar veel meer moois te horen was, van Venice tot Spinvis.
Net als bij het getoonde werk van Frank Havermans, waar het hele proces zichtbaar wordt in de steeds van functie veranderende modellen; van schetsen, tot een definitief model en van ‘werktekening’ tot autonoom object en, levend, archiefstuk, spelen bij deze tentoonstelling de werkwijzen en de processen van de andere kunstenaars een rol en krijgen we inzicht in de complexiteit van de totstandkoming van hun werk en van de strategieën die zij daarbij toepassen.
Steden
In augustus ontdekten we weer nieuwe plekken in Berlijn, vaak verrassend na een binnenplaats en een lange gang (Sophiensaal) of een eeuwoude balzaal boven een restaurant (Clärchens). De Berliner Biënnale onderzocht de strategieën van de nar en de vos, om je staande te houden in de wereld en er waren twee tentoonstellingen van Yoko Ono te zien, waarvan die in de Neue Galerie van Mies van der Rohe het beste beviel. Ik was zo onder de indruk van de actualiteit van ook het oude werk van Ono dat ik een citaat van haar koos voor de uitnodigingskaart voor de komende ledenexpositie met het het thema vloeibare grenzen.



Citaat
“This room gets as wide as an ocean on the other end.”
– Yoko Ono
In september waren we in Oslo, waar dochter Katía voorbereidingen trof voor het Ultima Festival.
We bezochten het operahuis, van binnen en van buiten.

Het gebouw rijst uit het water als een berg die je kunt beklimmen en vanwaar je een mooi uitzicht hebt. Zowel op de baai met het nieuwe museum voor hedendaagse kunst als op het eiland, waar we met een boot naartoe waren gegaan en waar de tijd stil lijkt te staan, en het Ekebergerpark met het fijne restaurant en een bos vol kunstwerken van onder meer Pippilotti Rist en Elgmgreen & Dragset (Dilemma, zie hieronder).

Ook daar heb je weer een fantastisch uitzicht op het centrum van de stad in de diepte.
Dat geldt ook voor het onvolprezen Munch Museum. Ze tonen en bewaren er niet alleen de werken van Noorwegens bekendste schilder maar functioneren ook als uitzichtmachine voor de stad rondom.
Boek
In So much longing in so little space, the art of Edvard Munch, schrijft Karl Ove Knausgaard onder meer over zijn ontmoeting met Joachim Trier, met wie hij samenwerkt voor een tentoonstelling in het Munch Museet in Oslo. Trier is de regisseur van de Oslo trilogie. Zijn meest recente film, die in première ging tijdens ons bezoek, speelt zich ook af in de stad.
Film

Een echte aanrader, deze film, Affeksjonsverdi, Sentimental Value, die in december in Nederland te zien zal zijn in de bioscopen. Die film, het boek over het leven van Munch en de sporen daarvan in de stad zoals die nu is, in combinatie met die enorme gebouwen met hun complexe binnen- en buitenruimten werd zo, nadien, een fantasmagorie, waar alles met elkaar verbonden leek. Misschien nog wel het meest indrukwekkend was de Deichmann bibliotheek. Een echte third space, een openbare binnenruimte waar iedereen zich kan vinden in zijn eigen interesses en niet alleen in de boeken, die nog steeds het hart van de bibliotheek vormen. Er zijn talloze ‘forking paths’ naar studieruimtes, conversatietafels, muziekinstrumenten, pick-ups (alles met koptelefoons), fauteuils, banken en zitjes voor de grote ramen die lijken te willen zeggen, ‘deze stad is voor ons allemaal’. Dit gebouw biedt plaats aan alle leeftijden. Er is kunst. Een winkel met fijne parafernalia, een lunchplek, een crèche, en maakruimtes met borduurmachines, computers met onbetaalbare programma’s voor iedereen. Er is zelfs een muziekstudio te vinden en een theater en dat alles in een fenomenale architectuur met vergezichten en verdiepingen met in het centrum een Piranesiwaardig roltrappenstelsel dat de ruimte doorkruist en toegankelijk maakt op al die verschillende niveaus.

Nog meer tentoonstellingstips
Beyond these Walls, AkzoNobel Art Foundation, Amsterdam, met onder meer werk van Arjan van Helmond. Zijn lezing met Abedelkader Benali bracht me bij What speaks to us, een boek dat allerlei ruimtes ontvouwt (espèces d’espaces) en de gelaagdheid van zijn werk voelbaar maakt (vormgeving PutGootink, uitgever Jap Sam Books). Het boek opent met een vertaling van een tekst van Georges Perec over het wezenlijke van het alledaagse, de kern van Van Helmonds werk.
If It Is,Garnalenkerk, Amsterdam, frank mandersloot en Cornelius Rogge, een kortlopende expositie die alweer voorbij is maar met een blijvende publicatie
IT (MMXXIV) & IF IT IS THE THE
THIS IS IT / IT IS WHAT IT IS / WHAT YOU SEE / IS WHAT YOU SEE
(met voetnoten naar respectievelijk Alan Watts, The Irishman by Martin Scorsese en Frank Stella)
Het tweede deel van de publicatie bevat de neerslag van een correspondentie met Lex ter Braak en een opmaat voor hun expositie in de Vishal in 2026.
Theater
Hans Dagelet, R.I.P.:Bits and Pieces, een weergaloze voorstelling die schuurt en ontroert, met beelden uit de archieven van EYE, een vleugel, een vibrafoon, kerkklokken, Hans en zijn trompet.
Nog een filmtip:
La venue de l’avenir, van Cédric Klapisch, sluit naadloos aan bij het stuk over Monet en Viardot uit de vorige ZINE.
- Met dank aan Maurice die ons inspireerde om weer naar Berlijn te gaan.
- Met dank aan Katía, die ons meenam op reis!
Tekst en foto’s: Renée Borgonjen