
De herfst heeft zijn intrede gedaan. Het is nog warm maar je merkt het toch, het ruikt anders, aards en vochtig, en je ziet het aan de zich langzaam maar zeker verkleurende bladeren.

In deze ZINE:
Een citaat
Een cirkel is eigenlijk een mild vierkant.
Aldo van Eyck
Een (Pa)reistip
Het Musée de la Vie Romantique is weer open na een grondige verbouwing. Op een nazomerse dag begin je met un petit café op de place Saint-Georges, waarna je via de rue des Martyrs, af en toe proevend van de de délices de saison, naar de rue Chaptal loopt, in het hart van Nouvelle Athènes, de destijds nieuwe wijk waar kunstenaars zich al dan niet tijdelijk vestigden aan het begin van de negentiende eeuw (denk aan Victor Hugo, Eugène Delacroix, Théodore Géricault, George Sand, Pauline Viardot, Ivan Toergenjev en Fréderic Chopin)

Schrijvers, schilders en componisten die uitblonken in verschillende disciplines. Ze kwamen in wisselende constellaties samen in salons waar muziek, literatuur en schilderkunst de boventoon voerden zoals in het grote atelier van de Nederlandse schilder Ary Scheffer aan de rue Chaptal nummer 6, het huidige museum. Huizen met paviljoens aan weerszijden, een tuin, een orangerie met veel glas. Dichtbij Montmartre. De Romantiek vierde hier hoogtij. Charles Baudelaire noemde als kenmerken van het ‘romantisme’: “intimité, spiritualité, couleur, aspiration vers l’infini, exprimées par tous les moyens que contiennent les arts”. Ik denk dat het dat laatste is, waardoor ik ervan houd; met de inzet van alle middelen die de kunsten in zich dragen.

Geschiedenissen, zoals die van Paolo en Francesca, die nog altijd rondwaren in het vagevuur van Dante’s Divina Commedia, kwamen er weer tot leven. In de vertrekken waar de kunstenaars samenkwamen hangen nu hun portretten aan de wand naast schilderijen van politieke en sociale gebeurtenissen, zoals de vroegtijdige dood van Géricault.
Alledaagse zaken, zoals de parafernalia van George Sand maken het geheel compleet. De composities van La Viardot kun je hier noot voor noot lezen en dan hoor je haar zingen.

De kas en de tuin zijn nu in gebruik door Rose Bakery. Daarmee worden het museum en de tuin nog meer een plek voor alle zinnen.

Een televisieserie
Dichter bij huis: Amsterdam en (een uitstapje naar) Deventer, waar de indrukwekkende serie Etty is opgenomen. Regie: Hagai Levi. De hoofdrol van Etty wordt gespeeld door de Oostenrijkse actrice Julia Windischbauer. Daarnaast spelen Sebastian Koch (als Julius Spier), Leopold Witte, Gijs Naber en Claire Bender een belangrijke rol, https://youtu.be/PC4EUzdUmio?si=bW7U75ibIfSc-unQ

Het huis in Deventer waar zij vroeger woonde is een kopie van mijn geboortehuis twee straten verder, dat al lang is afgebroken, verderop in de Brinkpoortstraat. Ik houd van haar schrijven en, net als zij, van Rilke en zijn concept van de Weltinnenraum.
Het is een gouden vondst om deze serie in het (Amsterdam van) nu te situeren. Dat maakt dat de uitsluiting en de dreiging heel urgent voelen.
Voor de productie werden replica’s vervaardigd van Etty’s dagboeken, de boeken van haar favoriete schrijvers en andere objecten, die door de acteurs op de set zijn gebruikt. Na afloop zijn die geschonken aan het Etty Hillesum Huis in Middelburg, waar zij geboren is. Die objecten zijn daar nu te zien, op de eerste verdieping, en worden langzamerhand geïntegreerd in de vaste presentatie – het binnenste buiten en andersom.
Boeken, een tijdschrift en ‘catalogi’
In de leessalon lazen we Een klein detail van Adania Shibli. In de eerste jaarlijkse International PEN (Poets, Essayists, Novelists) – lezing sprak Shibli over het uitwissen van het Palestijnse perspectief. Het bevorderen van de vrijheid van meningsuiting en expressie is de belangrijkste doelstelling van deze niet-politieke, onafhankelijke vereniging, waarvan schrijvers op voordracht lid van kunnen worden, ongeacht nationaliteit, taal, kleur, of religie.
“Verhalen hebben een langere duur dan politieke gebeurtenissen”. In het net verschenen boek, Staat van verbeelding onderzoekt Lodewijk van Oord de strijd van Palestina-Israël op het gebied van verhalen en verbeelding en daar ligt wellicht ook een oplossing. Van Oord is docent conflictstudies en doceerde Middeleeuwse studies in Wales, waarbij hij zowel Palestijnse als Israëlitische studenten in de klas. Luister naar het interview met Ellen Deckwitz in Nooit meer Slapen.
In the Future They Ate From the Finest Porcelain is een project van kunstenaars Larissa Sansour en Søren Lind uit 2016, dat voor het eerst in Nederland te zien was tijdens het Other Futures Festival in Melkweg Expo in 2018 en onlangs in het Wereldmuseum Amsterdam tijdens Sansour’s eerste solotentoonstelling hier. Speculatieve fictie, in dit geval middels film en archeologie, om met terugwerkende kracht de geschiedenis te veranderen. Inclusief rekwisieten die de werkelijkheidszin bevorderen. Sansour liet porseleinen borden op verschillende plekken in Israël en Palestina begraven want archeologische vondsten legitimeren historische mythen. Porselein neemt ondergronds water en straling op zodat de borden kunstmatig eeuwen ouder worden. Daarmee kun je de geschiedschrijving manipuleren. Een ingenieus spel tussen feit en fictie. De coördinaten van de plekken waar de borden zijn ‘gedropt’ zijn geprint op objecten die het midden houden tussen kleine bommen en fabergé-eieren. Verhalend verzet.



In mei waren we onder meer in Venetië en in Turijn en liep ik het zojuist verschenen Baricco Book tegen het lijf. Aangezien ik zo ongeveer alles wat hij heeft geschreven heb gelezen en af en toe online lessen volg aan zijn Scuola Holden en hem ooit sprak, waarbij bleek dat het boek waarop ik ben afgestudeerd op zijn nachtkastje lag, wilde ik dit boek meteen kopen. Het is een boek over Baricco, samengesteld door Annalisa Ambrosio en Paolo Di Paolo en het werkt als een tentoonstellingscatalogus van een niet bestaande tentoonstelling die, al lezend en bladerend, voor je ogen tot stand komt.
“Transforming a traditional book by shaping it into a narrative space… … a curatorial experience”, aldus de editors van Barrico, Edited by Annalisa Ambrosio and Paolo Di Paolo.
De spannendste pagina, wat bij betreft, is die van object 29; de (uitgevouwen) plattegrond van het circuit én het decor van het toneelstuk Ultimo (Het Nationale Toneel / Orkater 2009, Met Ariane Schluter en Porgy Franssen). Een heerlijke lus, die achtereenvolgens racebaan en interieur werd en vice versa.

In De Witte Raaf las ik (in een artikel van Antje von Graevenitz met wie ik ooit samenwerkte aan een catalogus over het werk van Berend Strik in Museum ’t Valkhof) over Méthodes, een catalogus bij een tentoonstelling over het werk van Atelier d’Architecture Pierre Hebbelinck in de AA in Londen (Cédric Libert ed.). Dit boek is in feite een hybride van een tentoonstellingscatalogus, een schetsboek, een checklist, memoires en een logboek. Met de inhoudstafel als omslag: 27 hoofdstukken, waaronder Atelier, Couleurs, Littérature, Maquettes, Photographies en Une minute à la mer. Van Atelier tot Zee.
Ook interessant om te onderzoeken (note to self: hoe verhoudt de inhoudstafel, een tekstueel overzicht van de structuur van een boek, zich ten opzichte van de frontispice, een illustratie tegenover de titelpagina is die de inhoud van (veelal oude boeken) visueel samenvat.
Voor die catalogus van de tentoonstelling van Strik, May I Show You My Pictures uit 2010, schreef ik een essay en voerde ik de redactie. Voor de expositie cureerde ik het mise-en-abîme werk MISYMP met de voor mij meest iconische beelden van Strik die hij middels dia’s in de voering van zijn jas had verwerkt, inclusief lampjes voor de mogelijkheid van een ‘instant show’ op elk uur van de dag, of nacht.
(Toekomst)muziek
Na mijn (maximaal) zes jaar durende periode als tentoonstellingsmaker en artistiek coördinator bij De Vishal, ga ik me op iets nieuws richten. Voor De Vishal heb ik 57 tentoonstellingen gecureerd en/of begeleid, ook op locatie, zoals in de aangrenzende Grote of St. Bavokerk (respectievelijk Vice Versa I, II en III). Ik presenteerde onder meer een drieluik met Beatlestitels als Because, Through the Bathroom Window en Octopus’s Garden, over fluïde overgangen en water. Een groot plezier was het ook om samenwerkingsverbanden te smeden met het festival Boring! en het Haarlem Vinyl festival, wat resulteerde in exposities als 33, 3 RPM en Oblique Strategies, naar Brian Eno. De komende tijd wil ik aan de slag met het maken van tentoonstellingscatalogi van niet bestaande danwel mogelijke tentoonstellingen. Dat lijkt me een heerlijk vooruitzicht. Werken in twee dimensies, tussen concept en uitvoering. Niet gehinderd door praktische bezwaren. Met essays, afbeeldingen en plattegronden.
Een paar mogelijke onderwerpen die me direct te binnen schieten; van aquarium tot zee; Pauline Viardot en Ivan Toergenjev, sporen van hun relatie in de architectuur. Hoe Kirchners baadsters en pianomuziek van Klemperer resoneren in een huidig hotel. Feiten/foto’s en een verhaal dat ze verdiept, verrijkt, verandert.
Eigenlijk is deze ZINE ook verwant aan dat idee, evenals het boekje dat ik maakte ter gelegenheid van de dag dat mijn vader 100 geleden geboren werd, met foto’s, parafernalia, schetsen, referentiebeelden en een gedicht.
Sounds like Art, Sting in Concert @Rijksmuseum samen met Dominic Miller (maart 2026). Ter gelegenheid van The Last Ship in Carré brachten ze een akoestische mix ten gehore in de Eregalerij en zie je Sting door Amsterdam bij nacht lopen en door het museum dwalen, waar hij zijn bespiegelingen geeft bij werken van Rembrandt en Vermeer. Over de liefdesbrief van de laatste merkt hij op dat de ogen van de ontvangster [are’] ”…reflecting the light from an unseen window…” Sounds like the lyrics of a new song.
P.S. Gisteren stond er op de voorpagina van de Volkskrant dat het auteurschap van Vermeer voor dit schilderij wordt betwist. Hoe dan ook, die reflectie blijft meesterlijk.



