ZINE # 9 – lente

Het is lente, een nieuw geluid, een nieuwe ZINE, happy equinox!

In deze ZINE:
een essay over de hybride architectuur van Artis
een citaat van Henri David Thoreau
het Mundaneum in Mons, een project van pacifisten, feministen en activisten
Le Grand-Hornu, architectonisch erfgoed
Patricia Urquiola en haar Stones of Venice
MACS, Musée des Arts Contemporains Grand-Hornu
Nedko Solakov & de droom van een mijnwerker
een beste Belgische bite
een Spaanse serie
een film over Jeff Buckley
en muziek: All Flowers in Time Bend Towards the Sun

De parel van Amsterdam

Op kerstavond 2025 werd er in Artis een olifantje geboren. Tegen de huidige opvattingen in kreeg het dier een naam: Mook Uhm.

Het filmpje van het kalf dat na een week voor het eerst naar buiten ging, met zijn 100 kilo piepklein te midden van de grote olifanten van de kudde, heb ik meerdere keren bekeken en je blijft glimlachen.

‘Mook’ betekent ‘parel’ in het Thais en Mook Uhm is dan ook een toepasselijke naam voor een Aziatisch olifantje in Amsterdam.

In 1838 opende de tuin van de zoölogische gemeenschap Artis Natura Magistra: de natuur is de leermeester van de kunst. Ter bevordering van de kennis ‘der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze’. En dat was niet gelijk voor iedereen bedoeld. In eerste instantie was Artis een vereniging voor leden, een ontmoetingsplek voor gelijkgestemden; een plek om te flaneren en te discussiëren.

Met de opening van het Aquarium in 1882 werd de toegang meer fluïde en konden stadsbewoners en andere bezoekers van buitenaf voor het eerst de dierentuin betreden, in eerste instantie alleen in de maand september. Dit was de eerste stap naar een bredere toegankelijkheid.
Nog deze lente vindt de heropening van het Aquarium plaats, een ontwerp van Gerlof Salm en zijn zoon. 1740 heipalen waren er nodig om het enorme gewicht van 640.000 liter zeewater, 25.000 liter zoetwater en een destijds baanbrekend waterfiltersysteem te dragen.

Vader Salm was ook verantwoordelijk voor de bibliotheek, die vanaf 1867 werd gebouwd. Boekwerken, zwart op wit, boven -jawel- een stal voor de zebra’s. Die bibliotheek was het project van een van de oprichters, boekhandelaar en uitgever Westerman. Hier vind je dierkundige plaatwerken en de iconografia zoologica, een systematische verzameling afbeeldingen van dieren, per soort geordend in boekvormige kistjes. Er zijn pen-, potlood- en waterverftekeningen en prenten: kopergravures etsen, steendrukken en houtgravures, vaak in zwart/wit maar ook handmatig ingekleurd of in kleur gedrukt.

Aan de gevel zijn veel later, in 1952 om precies te zijn, iconische sgraffito’s aangebracht, door Jan Groenestein. Sgraffito komt van ‘sgraffiare’, wat ‘krassen’ betekent in het Italiaans, een decoratietechniek waarbij verschillende lagen gekleurd pleister worden aangebracht en de hoger gelegen laag deels worden weggehaald zodat de onderliggende laag verschijnt. Deze dierenreliëfs prijken onder de namen van wetenschappers zoals Plinius, Aristoteles (boven de zebra’s) en M.S. Merian – de enige vrouw van het gezelschap! – (boven de zwanen).

Een hybride programma van eisen

In Artis is er, zoals in elke dierentuin een tweesporenbeleid. Het parcours van de bezoekers ‘du coté de chez nous’ en het parcours van de dieren en hun verzorgers: ‘du coté de chez eux’ of andersom – het ligt er maar aan vanuit welk perspectief je het bekijkt

Veel dierenverblijven hebben een monumentale status, 26 maar liefst. In den beginnne waren de verblijven vaak ontworpen in de sfeer van het land van herkomst van de dieren. Zo was het verblijf voor de Aziatische hoefdieren gemodelleerd naar de woningen van het Minangkabauenvolk in de hooglanden van Sumatra.

Tegenwoordig worden de dieren gelukkig niet meer op museale wijze gepresenteerd maar in een min of meer natuurlijke omgeving. Bij de verbouwingen van  dierverblijven wordt dan ook rekening gehouden met een hybride programma van eisen; vanuit de behoeften van het dier (een girafhoge deur in het voormalige giraffenverblijf) maar ook vanuit veiligheid: dubbele deuren en separatieruimten bij gevaarlijke dieren.

In het monumentale apenhuis een jungle gebouwd waar kleine aapachtigen zich te midden van de bezoekers bewegen of de bezoekers te midden van de apen? Maar tussen droom en daad bevinden zich hekken en water of andere bezwaren.

Sinds kort hebben de leeuwen een hele nieuwe habitat waar zelfs gedacht wordt aan hun privacy en ze uitzicht hebben op andere dieren waar ze in het wild op zouden jagen.

Hun vorige habitat was het eerste tralieloze dierenverblijf, dat stamt uit 1929 met grachten en greppels in plaats van hekken, tegen een panorama van kunstrotsen. het Kerbertterras. Dat was al een hele verbetering na de roofdierengalerij.

Dat roept de panter in herinnering die heen en weer langs de tralies loopt, de panter uit het gedicht van de panter uit het Jardin de Plantes, van Rainer Maria Rilke:
Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe
so müd geworden, dass er nichts mehr hält.

I
hm ist, als ob es tausend Stäbe gebe
und hinter tausend Stäben keine Welt.


De Aziatische olifant met uitsterven bedreigd, vanwege de versnippering van hun leefgebied, jacht en stroperij. Artis neemt deel aan een soortbehoudprogramma voor het opbouwen van een genetisch gezonde populatie voor mogelijke herintroductie in het wild.

De diergaarde wordt stap voor stap vernieuwd, voor het welzijn voor de dieren en om bezoekers te bewegen om de natuur te beschermen waarin deze dieren in het wild leven door die te laten ervaren als context van de dieren. Zo heeft Thijs de Zeeuw in zijn ontwerp voor het nieuwe olifantenverblijf ingespeeld op gedragingen van olifanten in het wild. Het bevat allerlei verrassende elementen: door luikjes komt het voedsel op verschillende tijdstippen en plekken vanuit de rots tevoorschijn. De olifanten eten wortelen, bieten en takken. Kort na de jaarwisseling staat de kerstboom van de Dam op het menu.

In het bassin waar de olifanten verkoeling zoeken en zwemmen, zijn er fonteinen, jetstreams, en bubbels ingebouwd, die zorgen voor een speelse omgeving en voor stroming. De rotsen zijn op verschillende manieren afgewerkt en uitgevoerd in lichte en donkere kleuren, die respectievelijk kunnen opwarmen in de zon en koel blijven. Ze worden gebruikt om de huid te schuren en om schaduw te bieden. Er is een zogenoemde schuurboom, schuingeplaatst zodat elke olifant, groot of klein, de juiste hoek kan vinden, evenals een modderpoel, waar de dieren zich in kunnen wentelen om zich te beschermen tegen de zon en tegen parasieten. En als kers op de taart zijn er op verschillende plekken mineralen verstopt.
In de onvolprezen serie Bij ons in de Dierentuin zie je de vaste verzorgers die de poten van de olifanten verzorgen en eens per jaar het bassin (met 1,4 miljoen liter water uit de grachten) schoonmaken om de olifantenpoep uit het bassin vissen, evenals een flinke populatie karpers, die tijdelijk het veld moet ruimen.

Artis is tegenwoordig ook een eetbare tuin met 220 verschillende soorten planten, waar veel voedsel voor de dieren wordt verbouwd en waar zelfs de grootste grazers af en toe een hapje uit krijgen aangeboden maar die natuurlijk ook van belang is voor de bijen en de biodiversiteit in de stad.

In 1858 kreeg Artis een bijenkast met uitneembare raten, waar de honing kon worden geoogst zonder het bijenvolk te verstoren of zelfs te vernietigen, zoals bij de kegelvormige bijenkorven van stro waarin bijen tot halverwege de negentiende eeuw werden gehouden. Deze bijvriendelijke kast was een ontdekking was gedaan door Johannes Dzierzon, een Silezische bijenkundige.

De oorspronkelijke stenen piedestal is nog steeds te zien achter het vlinderhuis

Vanaf 1898 had Artis een bijentuintje bij het Insectarium van Rudolf Polak, destijds een van de hoogtepunten voor de bezoekers van de dierentuin.

Saillant detail is dat deze bijen nooit van hun vrijheid beroofd konden worden. Ze vliegen door de spijlen van de tuin rustig van binnen naar buiten en vice versa.

Voor hen fluïde overgangen tussen binnen en buiten de tuin, net als voor de blauwe reigers die juist de afgesloten tuin invliegen om een visje mee te pikken bij de flamingo’s of de pinguïns. Net als de vogels tussen Oost- en West-Berlijn die soms eens in het Oosten en dan weer in het Westen wilden zijn. Die flamingo’s moeten wel gekortwiekt zijn want boven hun vijver geen (ijzeren) net, zoals bij de gieren. Die wil je absoluut binnenboord houden.

Een hybride programma van eisen zou voor alle architectuur moeten gelden, niet alleen voor mens en dier, maar ook met oog voor planten en de loop van het water ontworpen.

…ik bleek opeens een buurman van de vogels te zijn; niet door er een gevangen te hebben gezet, maar door mijzelf in hun nabijheid in een kooi te hebben geplaatst.

Henri David Thoreau, Walden p. 93, vertaling: Anton Haakman

Los Años Nuevos

Met veel plezier bekeek ik begin dit jaar de tien afleveringen van Los años nuevos, een Spaanse serie die zich afspeelt op tien achtereenvolgende momenten van 2015 tot en met 2025, waarbij we telkens opnieuw het leven van de hoofdpersonen binnenvallen tijdens de jaarwisseling en verrast worden hoe ze zich op dat moment tot elkaar verhouden. Bijna real time gefilmde slow tv.

Na het zien van de film Jeff Buckley, It’s never over, waar ik me al tijden op had verheugd, dook ik weer in zijn muziek en kwam ik dit wonderschone duet tegen.met Elizabeth Frazer, All Flowers in Time Bend Towards the Sun.

Het Mundaneum in Mons is een verrukkelijk museum. Een mondiale denkmachine, voorloper van het internet.

Eind negentiende begin twintigste eeuw, bevinden we ons in de tweede industriële revolutie die gepaard gaat met de ontwikkeling van transport en communicatiemiddelen en een enorme uitwisseling van goederen, ideeën en mensen teweegbrengt. De wereldtentoonstellingen waren natuurlijk niet alleen een uiting van technologische vooruitgang en internationale samenwerking, maar ook van kolonialisme en ongebreideld kapitalisme. Het Mundaneum is een project van pacifisten, feministen en activisten. En idealisten zou ik willen toevoegen. Paul Otlet, Léonie Lafontaine en haar man Henri Lafontaine. Ze wilden alle beschikbare kennis verzamelen en toegankelijk maken. Talloze kaartenbakken waar die kennis is ingedeeld volgens een numeriek systeem van vakgebieden, wat uitmondt in een droom van een stad, gewijd aan vrede, internationale samenwerking en begrip tussen volken en landen. Het Mundaneum als vuurtoren van kennis die de wereld de weg wijst naar universele vrede. Kom daar nog maar es om, tegenwoordig, hoewel utopieën ook hun tegenkant hebben en vaak leiden tot paternalisme, totalitarisme, uitsluiting of – ook erg -overmatig toerisme.

Dat laatste troffen we niet aan bij een andere nabijgelegen UNESCO erfgoedplek, Le Grand-Hornu. Een voormalige kolenmijn met arbeidershuisjes rondom. Hier is nu een designonderzoekcentrum gevestigd waar een interessante tentoonstelling te zien is over het inventieve materiaalgebruik van ontwerper Patricia Urquiola (met onder veel meer bouwstenen uit de Venetiaanse lagune…) en een museum waar thans exposities te zien waren van Cristina Garrido, Honoré d’O en van de Bulgaarse kunstenaar Nedko Solakov (te zien t/m 10 mei). In A Cornered Solo Show #6, waar Solokov zinspeelt op het mijnwerkersverleden van de plek met een poëtisch verhaal, The Miner’s Dream, waar de diepte van de mijnschacht omslaat in luiken met schilderingen van een bergtop in opkomend en ondergaand zonlicht, waar de mijnwerker van droomt terwijl hij afdaalt in de mijnschacht. Solakov brengt je met zijn werk altijd dicht op de huid van een gebouw, naar de muur (met zijn minuscule tekeningen en teksten) of in dit geval naar een afgelegen hoek van het gebouw, die hij weet te bezielen als geen ander.

Heb je iets te vieren, ga dan lunchen bij het door Gault en Millaut hooggewaardeerde restaiurant Rizom.

Patricia Urquiola, The Other Side of the Hill, 2025, Cimento hydraulische bindmiddelen, minerale aggregaten, gerecycled glas, spirulina, organische elementen uit de lagune van Venetië (moerasriet, schelpen, visnetten, algenvezels)

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .