ZINE #3

Inhoud

De nieuwe stadstekenaars van Amsterdam
Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis zijn de nieuwe stadstekenaars van Amsterdam. Zij wonnen onlangs de Cobra Kunstprijs Amstelveen en hebben een expositie in het Cobramuseum, die verlengd is t/m 23 maart.

fish~tail: eerder te zien in de Vishal

< > terugblik: de oorspronkelijke plek van de banken voor het Cobramuseum van Michelangelo Pistoletto.

Aanraders:

film: A Complete Unknown van James Mangold

expositie: Round and About van Marlies Appel en Florence Marceau-Lafleur in 37PK + de boekpresentatie van Serpentine van Marlies Appel

boek: De voorbeeldige opvoeding van Frida Wolf van Maria Kager over een opmerkelijke jeugd in de schaduw van de Koepelgevangenis in Haarlem

< > terugblik: rondom de Koepel

Citaat:

‘… architecture is like a lead ball chained to a prisoner’s leg: to escape he has to get rid of its weight…’
Rem Koolhaas and Bruce Mau, S, M, L, XL, p. xix.

tekst en foto’s: Renée Borgonjen, maart 2025.

De nieuwe stadstekenaars van Amsterdam

Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis zijn de nieuwe stadstekenaars van Amsterdam. Hun eerste bijdrage is een tekening van Het licht van Amsterdam, die vreemde lichtzuil die zich na zonsondergang aftekent boven de stad gedurende dit jubeljaar Amsterdam 750.

Afbeelding: Parool, zaterdag 16 februari jl.

Onlangs wonnen Zijlmans en Jongenelis de Cobra Kunstprijs Amstelveen voor creatief experiment en maatschappelijke betrokkenheid. In het Cobramuseum is ter gelegenheid daarvan, Voices from a Simmering City te zien. Die tentoonstelling is verlengd tot en met 23 maart 2025.

Het werk van Sylvie en Hewald volg ik al sinds ik bij Galerie Tanya Rumpff werkte. Ik was altijd gefascineerd door hun foto’s van geënsceneerde foto’s waarin er iets op scherp werd gesteld.Toen ze op Zeeburgereiland aan de slag gingen met een community project, ben ik dan ook volmondig ingegaan op hun uitnodiging om hier deel van uit te maken. Zo stond ik ’s ochtends om zeven uur, melodica spelend, met bekende en onbekende buren naar emmers waters te kijken die ritmisch uit de ramen werden leeggegooid, liep ik met een zilveren masker achter Windy Wooh en blies ik mee in een vierstemmige performance met de titel, Breathtaking, dat klonk middels een ingenieus door hen vormgegeven partituur, waardoor iedereen mee kon doen. Het was een groot plezier en droeg bij aan de saamhorigheid op het eiland. Het resultaat is te zien in een van de twee films die nu te zien zijn in het Cobra Museum.

foto van Windy Wooh, instrumenten, maskers en partituren van Zijlmans en Jongenelis in het Cobra Museum

Fish~tail:

Sylvie Zijlmans, Deeper, aquarel / gouache / kleurpotlood op papier

Eerder in de Vishal toonde ik dit werk te zien in de tentoonstelling Through the Bathroom Window.

De verplaatste banken van Michelangelo Pistoletto

< > Voor het Cobramuseum staat een viertal banken van Michelangelo Pistoletto met teksten in meerdere talen. De banken stonden eerst elders in Amstelveen, op het Westwijkplein, waar ik een blauwe maandag woonde. De mensen rond dat plein waren niet gecharmeerd van deze parels van kunst in de openbare ruimte die, samen met een met wisteria sinensis (blauwe regen) begroeide overhuiving van Georges Descombes, op dit plein nog enige warmte en karakter brachten. Pistoletto demonstreerde de betekenis van de vorm in relatie tot de tekst(en in meerdere talen).

Katía met de krijtjes van Georges Descombes
artikel in Archis, 1995

Ik schreef er een artikel over voor Archis (eerste spread hierboven) en een publicatie voor de stad. Met een gedicht voor de kinderen in de wijk, die uitgenodigd waren om te tekenen op de vloer onder de overhuiving van Descombes. Het doosje krijtjes in alle kleuren, gaf Descombes aan mijn toen nog heel jonge dochter (zie foto hierboven).

Die banken kwamen uiteraard weer ter sprake toen ik Pistoletto bezocht in de Città dell’Arte in Biella om hem, in het kader van Leeuwarden Culturele Europese hoofdstad, te spreken over een project waar ik samen met Brenda Ottjes van Tûmba in Leeuwarden en Joke Hermsen voor gestreden heb.

mindmap om de relatie van het project met zijn werk te bespreken

Daarbij kwamen de banken in Amstelveen uiteraard ook nog ter sprake. Die middag zou hij duizenden jonge bezoekers op een muziekfestival toespreken. Wat hij ze ging vertellen, vroeg ik. Dat ze een belangrijke taak hebben in het leven: ‘Cambiare il mondo’ – ik refereerde er al aan in ZINE #1. Ik hoop in deze bange dagen dat dat nog steeds mogelijk is.
Nagekomen nieuws: Pistoletto is genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede! Auguri!! https://cittadellarte.it/en/articles/interview-with-michelangelo-pistoletto-candidate-for-the-2025-nobel-peace-prize

Zien | Lezen | Luisteren
– tips voor maart:

filmposter in Studio K

I Film:
De biopic A Complete Unknown

Regie: James Mangold. Met Timothée Chalamet als Bob Dylan, die je volgt van zijn aankomst in New York, de ontmoeting met Woody Guthrie, zijn samenspel met Joan Baez tot het iconische ‘Like a Rolling Stone’. Verrukkelijk! De hele week klinkt hun duet It ain’t me baby al in mijn hoofd.

II Expositie:
Round and About | Boekpresentatie: Serpentine

Zondag 2 maart jl. hield ik het openingswoord bij de boekpresentatie van Serpentine van Marlies Appel en de expositie Round and About, met werk van Marlies Appel en Florence Marceau-Lafleur in 37PK, Haarlem, te zien tot en met 6 april 2025. Hier de iets ingekorte versie daarvan:

De aanleiding van de tentoonstelling is de presentatie van het jubileumboek van Marlies Appel, Serpentine, met teksten van Anneke Oele, Inga Kondeyne en Marlies zelf, uitgegeven door 99 Uitgevers en vormgegeven door Mart Warmerdam, geheel in lijn met het werk.

Het is geen boek dat zich makkelijk laat doorbladeren voor een oppervlakkige lezing. Het vergt een bijna rituele handeling, je moet de pagina’s stuk voor stuk openvouwen en na beschouwing weer terugvouwen voor je verder gaat. Die zorgvuldige enscenering van de kijkervaring en de concentratie die daarmee gepaard gaat, sluit naadloos aan bij de manier waarop Marlies’ werk zich het beste laat bekijken. Je moet er de tijd voor nemen. Tot het zich in zijn geheel openbaart, totdat er uit de achtergrond nieuwe en vaak grilliger vormen verschijnen, die opduiken doorheen een rechtlijnig weefsel van ketting en inslag strepen

of nabeelden van eerder uitgegumde lijnen, die zich op een andere manier manifesteren dan de lijnen van grafiet.

De zorgvuldigheid en de tijd die is geïncorporeerd in het werk, waarvan ook die gumlijnen en de sporen van vingertoppen op het papier blijkgeven, die tijd die zich in de zin van Henri Bergson heeft opgerold als een sneeuwbal, als durée, moet in zekere zin ook weer ‘ontrold’ worden gedurende het kijken.

De serpentine is een natuurlijke, meanderende vorm, die beweging impliceert in stilstand. Het plooien en golven in de tekeningen van Marlies Appel is op een moment van een zeker evenwicht, tot stilstand gekomen, samengebald, maar het proces blijft zichtbaar, bijvoorbeeld in die sporen van het uitgummen die zich nog laten lezen in het uiteindelijke werk. Het lijkt of de tekening even stolt, maar zo weer lijkt te kunnen smelten en voortgaan, zodra je je hebt afgewend. Het werk lijkt in beweging te blijven. Die dynamiek in stilstand vind ik in grote mate bijdragen aan de magie van het werk van Marlies.

Schijnbaar uiteenlopende zaken als bergen, om precies te zijn de Jungfrau, architectuur en het menselijk lichaam, verbinden zich losjes tot een organisch geheel, dat wil zeggen dat er een inherente logica zit in de manier waarop ze samenvallen, bijvoorbeeld in vormrijm: rok, koepel, plooien en reliëf. En zoals de choreografie bemiddelt tussen de ruimte en de danser, verbindt Marlies haar de houdingen van haar vrouwenfiguren met de stilstand en de zwaarte van steen, zoals bij de Spaanse trappen, die ze noemt in het boek.

Het feit dat ze gebruik maakt van verschillende perspectieven tegelijkertijd, vergroot de ruimtelijkheid van het werk. Zo blijven de vrouwfiguren, met het onmiskenbare handschrift van Marlies, verbonden met en komen ze tegelijkertijd los van de architectonische achtergrond. Hun houdingen verdeelt ze in het boek in categoriën die bijna een gedicht vormen of een poëtische opsomming à la Perec:

zitten, buigen, hangen

liggen, buitelen/tuimelen, strekken, leunen

plooien, vouwen, vallen, slepen

cirkelen, omvatten, wikkelen, rondom lege

ruimte, omhullen, verlengen, bouwen,

balanceren

De stereoscopen van Florence Marceau-Lafleur op de achterwand, hebben titels als Studio Situation with Man Among Nature en Situation at Ars Aemula Naturae, academische omgevingen waar getekend werd naar de natuur en waar de kunstenaar zelf vaak heeft geposeerd. Uit die praktijk is veel werk voortgekomen. Het lange stilzitten in een bepaalde houding, de innerlijke ervaring van het lichaam, van binnenuit, en de expressie daarvan.

27 ballonnen met lucht staan voor het lichaamsvolume van de kunstenaar, gevat in een medisch instrument, de speculum virgen, Breathing Wall heet het werk. Vroeger namen we de maat van onze omgeving met onze lichaamsdelen, duimen, voeten en stappen. Florence maakt als het ware zelfportretten van haar ademvolumes, bijvoorbeeld in de vorm van blaasinstrumenten.

Daarnaast, op de vloer, The Very Rich Hours, een langgerekte tekening, meer dan zes meter, als een uitgevouwen getijdenboek – heel minutieus getekend en beschreven met een fineliner. De lengte x de breedte van het papier is afgestemd op de oppervlakte van haar eigen lichaam.

De innerlijke wereld wordt vergeleken met de ruimte rondom, bijvoorbeeld van de geabsorbeerde marmerpatronen in de academische ruimte waar ze heeft geposeerd als model. Of, het volume van de kunstenaar in tranen, waar in een van de teksten aan gerefereerd wordt. Er is een frans gezegde, pleurer toutes les larmes de son corps.
Dat zouden er dan meer dan 900 miljoen moeten zijn, heeft ze berekend. In een ander tekstfragment staat dat de mensheid maar liefst drie keer zou passen in het meer van Genève. Dit is een opvallend thema bij Florence, het relateren van de binnenwereld met de buitenwereld. De wiskundige betrekkingen helpen om de persoonlijke binnenwereld naar buiten te brengen en zich daarmee te verhouden, erin op te gaan. Zelf omschrijft ze het als een verlangen naar een oceanisch gevoel’, het onbegrensde, een onlosmakelijke verbondenheid met de wereld rondom. En de melancholie die dat met zich meebrengt vanwege de vluchtigheid van zo’n ervaring. Al deze connotaties, zitten in het werk, soms wordt eraan gerefereerd in de teksten rondom, maar het wordt nooit expliciet, het blijft open en ook op te vatten als een combinatie van twee schrifturen, van letters en lijnen.

Rechts van de Breathshaper en een earspeculum, die de ruimte in het oor auditief verkent, ligt  een ocarina, een blaasinstrument in de vorm van een ganzenei. De binnenruimte wordt hoorbaar als de kunstenaar erop blaast. Zij vat deze sculpturale werken eerder op als ruimtelijke tekeningen.Naast het fysieke meten gaat het ook om moeilijker te benoemen, eerder sensuele zaken, in de vormen of in het feit dat sommige werken ook gebruikt worden in performances en een direct fysieke relatie met het lichaam aangaan, ook het begrip extase, het buiten het lichaam lijken te treden, iets wat je tegenkomt in mystieke tradities, speelt een rol.

We blijven in de buurt van het Spaarne:

III Boek:
De voorbeeldige opvoeding van Frida Wolf van Maria Kager

Het boek gaat over een opmerkelijke jeugd in de schaduw van de Koepelgevangenis in Haarlem.

< > Zelf heb ik de Koepelgevangenis bezocht in het kader van onderzoek voor twee publicaties over de Spaarnoog- en de Damaststraat en omgeving: Een eiland in het Spaarne en de 100 opdrachtgevers van Subash Taneja, over de markante wijk naast ‘de Koepel’.

De hele buurt werd gesloopt en opnieuw opgebouwd naar een ontwerp van architect Taneja. Daarbij moesten de bewoners eerst ‘uitverhuizen’ en vervolgens ‘terugverhuizen’. Grafisch ontwerper Debbie Saul en ik maakten niet alleen deze twee boeken (in opdracht Elan Wonen en Taneja Hartsuyker Architecten) maar ook een liftgedicht (over het uitzicht dat lang uit zicht was en waarbij de verbroken horizon gedicht werd), zogenoemde ‘palimpsest-tegels’ met het stratenplan, dat onveranderd was gebleven en een smartlap om woorden te geven aan de emoties waarmee een en ander gepaard ging. Tot slot maakten we in het ABC Architectuurcentrum een tentoonstelling over de sloop, ‘van metselverband tot verdwijnpunt’. Daartoe gingen we maandenlang elke ochtend op maandag om 10 uur polshoogte nemen in de buurt en volgden we de ontluisterende aftakeling van week tot week. Tot de laatste, aangetaste, paal boven water kwam. In de tentoonstelling was te zien hoe de buurt binnenstebuiten was gehaald; dakpannen lagen in het interieur, deuren op straat en de gordijnen waaiden van binnen naar buiten door de gebroken vensters. De tentoonstelling was opgebouwd als een archief vol herinneringen. De gevonden voorwerpen konden door de rechtmatige eigenaars worden afgehaald. Hekken, tentslotte, sloten het verleden voorgoed af. We interviewden de bewoners over hun verhouding met het fenomeen koepelgevangenis: ‘In de tien jaar dat ik er woon, heb ik wel drie keer een helikopter boven de wijk zien zoeken naar een ontsnapte gevangene’.

Een bewoonster vond het jammer dat ze net zwangerschapsverlof had, toen haar sportteam de gevangenis van binnen mocht bekijken. ‘Ik had wel eens binnen willen kijken bij deze buren’. Iemand zei dat hij bij een voetbalwedstrijd pas de televisie aandeed als hij hoorde juichen in de koepel ‘dan was ik net op tijd voor de herhaling van het doelpunt’.

In het essay ‘Centroscopie’ dat ik voor Decorum schreef vergeleek in deze panopticumgevangenis met het Pantheon (de mooiste plek is het gat bovenin de koepel), het mausoleum van Halicarnassus en het labyrint van Daedalus, de Minotaurs, Ariadne en Theseus. Die laatste betrad het labyrint als een gevangene, gekluisterd aan de kluwen draad die als een bol, die hij aan zijn enkel had gebonden, achter hem aan danste. Het andere uiteinde had hij aan de ingang van het labyrint bevestigd. Die draad zou de geheimzinnige plattegrond van het bouwwerk blootleggen. De kern van het verhaal wordt ons nooit verteld. De essentie wordt aan de verbeelding overgelaten. Met de bloedende kop van het monster in zijn ene hand en de draad in de andere kwam Theseus na wat voor Ariadne een eeuwigheid had geleken weer uit het labyrint tevoorschijn. Bevrijd.

Herman Kern stelt in zijn befaamde studie van het labyrint dat de draad van Ariadne vruchteloos is omdat Theseus die alleen maar gebruikt om uit het labyrint te geraken nadat hij eerst probleemloos het centrum had gevonden. Als we daarentegen uitgaan van Theseus’ centroscopie zocht hij dat centrum niet op maar benaderde hij het slechts en liet hij het centrum als het ware naar hem toe komen door de Minotaurus al zingend te lokken, niet wetende of het zijn zwanenzang zou worden. Labyrintmuziek. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Bach schreef in 1705 een stuk met de titel Kleines Harmonisches Labyrinth, een jeugdwerk. De misleidende structuur en de steeds terugkerende wendingen leiden tot verlies aan oriëntatie. De compositie eindigt echter in een klaarblijkelijke bevrijding.

‘Architecture is like a lead ball chained to a prisoner’s leg: to escape he has to get rid of its weight.’ Rem Koolhaas and Bruce Mau, S, M, L, XL, p. xix.

Mooi en groots en o zo oud, is het niet het goud op de wanden dat imponeert, niet de cassettes die het geluid opvangen, niet de akoestiek. Evenmin zijn het de stenen van meer dan tweeduizend jaar geleden. Het mooiste van het Pantheon, dat is haar hemelpoort. Het gat daarboven naar het licht, de lucht. Toegangspoort van de goden. Een plek van uitwisseling. Het gat, het niet gebouwde, opengelaten op het meest kwetsbare punt van het gebouw, het is de opening die ontroert. Verdwijnpunt van blikken. Alleen onze zintuigen die ver reiken, het gezicht en het gehoor, alleen zij mogen passeren door die heilige poort. Het Pantheon is de mooiste omlijsting ooit gebouwd voor het aanschouwen van de hemel.”

“In het centrum van een panopticum voel je de aanwezigheid van het alziende oog, zoals in de bekende tekening van Ledoux een heel theater culmineert in een oog. Het is de blik van de architect… de scheppende blik. In het hart moet de verbeelding aan het werk.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .